Vierstappenaanpak versterkt doorstroom van zorg naar sportclubs

Geplaatst op: januari 22, 2026

Bron: NOC*NSF.

Sporten en bewegen is gezond, voor iedereen. Maar voor mensen met een kwetsbare gezondheid is dit extra belangrijk. Toch is voor deze doelgroep sporten in de praktijk vaak lastiger omdat zij tegen drempels aanlopen. Aan de hand van het pilotprogramma Sport en Zorg hebben NOCNSF en partners zich de afgelopen jaren ingezet voor deze doelgroep. Het programma laat zien dat een betere verbinding tussen sport en zorg bijdraagt: sportclubs, toeleiders en zorgverleners weten elkaar beter te vinden en meer mensen met een kwetsbare gezondheid zetten succesvol de stap naar sport.

Binnen de pilot werd er gewerkt aan zowel een betere verbinding tussen sport- en zorgorganisaties en een betere vindbaarheid van het sport- en beweegaanbod. Daarnaast werden de 70 deelnemende sportclubs voorzien van de juiste tools om mensen met een kwetsbare gezondheid met plezier sportief te laten bewegen. Een belangrijk onderdeel van het programma was het gebruik van een vierstappenaanpak, waarin de toeleider, of zoals deze in sommige gemeenten wordt genoemd: een beweegmakelaar, een belangrijke rol speelt.

Binnen de pilot werd er gewerkt aan zowel een betere verbinding tussen sport- en zorgorganisaties en een betere vindbaarheid van het sport- en beweegaanbod. Daarnaast werden de 70 deelnemende sportclubs voorzien van de juiste tools om mensen met een kwetsbare gezondheid met plezier sportief te laten bewegen. Een belangrijk onderdeel van het programma was het gebruik van een vierstappenaanpak, waarin de toeleider, of zoals deze in sommige gemeenten wordt genoemd: een beweegmakelaar, een belangrijke rol speelt.

Het verbinden van sport en zorg in vier stappen:

  • De zorgverlener bespreekt sporten en bewegen met de cliënt en stimuleert diegene om een eerste stap te zetten.
  • Een toeleider helpt de cliënt bij het vinden van, en starten met, een passende sport- of beweegactiviteit.
  • De cliënt maakt kennis met sportief bewegen bij een laagdrempelige instapsport die bij diegene past.
  • De cliënt wordt een structurele sporter, in een tak van sport die bij diegene past.

Netwerk opbouwen

Gedurende het programma zijn de ervaringen van sportclubs en sporters gemeten door onderzoeksbureau Verian. Daaruit blijkt dat deze vierstappenaanpak goed werkt. Zo weten de deelnemende clubs en mensen met een kwetsbare gezondheid elkaar beter te vinden, zijn clubs in staat hen een betere ondersteuning te bieden en sporters geven aan zich welkom en op hun plek te voelen. Clubs hebben gedurende de vier jaar steeds meer voordeel ervaren in de samenwerking met zorgprofessionals, al blijft het opbouwen en onderhouden van zo’n netwerk tijd kosten. Meer dan clubs in eerste instantie hadden voorzien.

In de deelnemende regio’s is inmiddels een stevig netwerk ontstaan waarin sport en zorg elkaar versterken, met enthousiaste sporters en betrokken sportclubs. Tegelijkertijd blijkt dat deze aanpak niet eenvoudig één-op-één te kopiëren is naar andere regio’s, sporten of clubs. Lokale verschillen en de diversiteit van sport en sporters vragen om maatwerk. Om mensen met gezondheidsrisico’s structureel in beweging te krijgen, is daarom extra aandacht nodig. Hoewel we hebben gezien dat steeds meer mensen met een kwetsbare gezondheid hun weg vinden naar sport en bewegen, gaat dit niet vanzelf. Wij hopen dan ook dat organisaties de komende jaren blijven investeren om deze ontwikkeling verder te versterken.

Belangrijkste conclusies uit de Sport & Zorg pilot

  • De aanwezigheid van een toeleider speelt een cruciale rol om de doelgroep via de samenwerking met zorgprofessionals, bij sportclubs, sportief in beweging te krijgen.
  • Een sportclub is succesvol als zij bevlogenheid, lef en doorzettingsvermogen combineren met een stabiele basis en passend aanbod. Ongeacht de tak van sport of organisatievorm.
  • Succes vraagt om lokale uitvoering: dichtbij de praktijk, met korte lijnen en betrokken partners. Landelijke kaders bieden richting en verbinding.

Lees het hele rapport Sport & Zorg pilot

Meer informatie Sport & Zorg NOC*NSF

Afgelopen jaar is de e-learning ‘Begeleiden sporters met chronische aandoening’ door NOC*NSF ontwikkeld. Ook de Long Alliantie Nederland en Chronisch Zorgnet hebben bijgedragen aan de totstandkoming van deze e-learning.

Lees meer

Gestructureerde zorgaanpak in de regio helpt mensen met astma en COPD

Geplaatst op: januari 22, 2026

Bron: Longfonds

De eerste resultaten van deze zorgaanpak laten zien dat veel mensen en zorgverleners tevreden zijn. De aanpak zorgt voor meer duidelijkheid, betere samenwerking en meer aandacht voor wat iemand zelf nodig heeft. In mogelijk vervolgonderzoek wordt gekeken of de kwaliteit van zorg meetbaar verbetert en of de aanpak kosten bespaart.

Voor veel mensen met astma of COPD is de huisarts het eerste aanspreekpunt. Maar de zorg en begeleiding zijn niet overal hetzelfde. Een regionale zorgaanpak moet daar verandering in brengen.

Spreekuur bij de huisarts

In Nederland leven meer dan een miljoen mensen met een longziekte zoals astma of COPD. Voor veel van hen is de huisarts het eerste aanspreekpunt. Een advies vragen aan een longarts kan deze zorg ondersteunen. Maar de zorg en begeleiding zijn niet overal hetzelfde. Dit kan gevolgen hebben voor hoe snel iemand een goede diagnose krijgt en welke behandeling wordt ingezet.

Daarom is in 2023 gestart met het project Regionale Zorgaanpak Astma en COPD. In deze aanpak werken huisartsen, praktijkondersteuners en longartsen nauwer samen. Longfonds en Long Alliantie Nederland ondersteunden het project. Het doel is: duidelijkere stappen in de zorgaanpak, betere samenwerking en meer aandacht voor wat iemand zelf belangrijk vindt in het leven met een longziekte.

De zorg in vier stappen

De regionale zorgaanpak volgt een vast zorgpad dat uit vier stappen bestaat. Dit helpt zorgverleners om onderzoeken en gesprekken op een goede en gelijke manier uit te voeren.

Goede diagnose
De huisarts stelt de diagnose op basis van een gestructureerde anamnese, een longfunctieonderzoek (spirometrie) en gezondheidsvragenlijsten. De longarts of kaderhuisarts astma/COPD kan online meekijken, de uitslagen mede beoordelen en advies geven over de diagnose en de behandeling.

Bespreken van de diagnose
De huisarts bespreekt de uitkomsten met de patiënt. Samen wordt gekeken welke behandeling het beste past.

Individueel zorgplan
Mensen worden actief betrokken bij hun behandeling. Samen met de huisarts of praktijkondersteuner bepalen zij de doelen die passen bij hun situatie. Bijvoorbeeld beter leren inhaleren, stoppen met roken of meer bewegen.

Regelmatige controle
De voortgang wordt regelmatig samen besproken. Zo kan de behandeling worden aangepast als dat nodig is.

De ziektelastmeter helpt bij het gesprek

In het project wordt gebruikgemaakt van een hulpmiddel: de ziektelastmeter. Dit is een instrument dat met ballonnen zichtbaar maakt hoe iemand zijn klachten ervaart. In een overzicht staan ballonnen in verschillende kleuren. Rode ballonnen laten zien dat iemand veel ziektelast van zijn/haar astma of COPD heeft. Dit kan bijvoorbeeld benauwdheid, vermoeidheid of moeite met bewegen zijn. Oranje en groene ballonnen geven aan dat iemand minder tot geen klachten ervaart.

Mensen met een longziekte zijn tevreden

In vier regio’s is deze aanpak getest. Binnen een regio werkten tenminste een huisarts, een praktijkondersteuner huisarts en een longarts samen om de longzorg te verbeteren. 139 mensen in deze regio’s vulden een vragenlijst in na hun diagnosegesprek.

Zij gaven de ontvangen zorg gemiddeld een 8,4 en de communicatie met hun zorgverlener een 8,5. Veel mensen voelden zich gehoord en betrokken. Zij konden meepraten over het zorgplan en ervaarden meer ruimte om hun zorgen en vragen te delen. Ook werd bij het merendeel van de deelnemers gesproken over het omgaan met de ziekte door middel van aanpassingen in de leefstijl, zoals bijvoorbeeld het verbeteren van het bewegen.

Ook zorgverleners zien voordelen

Acht betrokken zorgverleners werden geïnterviewd over hun ervaringen met deze zorgaanpak. Zij gaven de aanpak gemiddeld een 8,5. Volgens hen zorgt het zorgpad voor:

  • Snellere terugkoppeling van onderzoeken
  • Beter overleg tussen huisarts en longarts
  • Minder onnodige doorverwijzingen naar de longarts
  • Meer kennis en vertrouwen bij huisartsen en praktijkondersteuners
  • Zorg die beter past bij de persoon zelf

Doordat huisartsen en praktijkondersteuners vaker en beter ondersteund worden door de longarts, kunnen zij meer zorg zelf leveren. Hierdoor wordt de druk op de zorg in het ziekenhuis kleiner.

Lees het artikel bij Longfonds

Auteurs:
Prof. dr. Onno van Schayck, Hoogleraar preventieve geneeskunde Maastricht, Prof. dr. Thys van der Molen, Emeritus Hoogleraar huisartsgeneeskunde Groningen, Drs. Lidewij Sekhuis, Senior Projectleider Long Alliantie Nederland, Drs. Yvonne Kappe, Senior Projectleider Longfonds

Lees meer

Vaccineren voorkomt infecties: nieuwe leidraad zet vaccinaties centraal in longzorg

Geplaatst op: januari 20, 2026

Bron: Medisch Journaal Máxima MC

Preventie is niet langer een bijzaak in de zorg voor mensen met chronische longziekten. Met de eerste landelijke vaccinatieleidraad zet de Long Alliantie Nederland een duidelijke stap richting een toekomst waarin infecties niet langer onnodig veel schade aanrichten. Want wie denkt dat vaccinaties vooral iets voor kinderen zijn, vergist zich. Voor volwassenen met chronische longziekten kan een prik het verschil betekenen tussen een stabiele winter en een ziekenhuisopname.

“Regelmatig zie ik longpatiënten flink inleveren na het doormaken van een luchtweginfectie,” vertelt dr. Susanne Huijts, longarts bij Máxima MC en voorzitter van de wetenschappelijke werkgroep achter de leidraad. “Ze kunnen bijvoorbeeld niet meer zelf een boodschap doen of hebben tijdelijk of langdurig meer zorg nodig. Dat willen we voorkomen.”

Download artikel Medisch Journaal Máxima MC

De website longvaccinaties.nl geeft meer informatie over de vaccinatieleidraad.

Lees meer

2e Nederlandse Vaccinatie Dag 2026: Vaccinatie als onderdeel van een gezonde leefstijl

Geplaatst op: januari 19, 2026

Op 12 februari is de 2e Nederlandse Vaccinatie Dag 2026 in Amersfoort. De Long Alliantie Nederland blijft aandacht vragen voor vaccinaties voor mensen met een longziekte en is endorser van deze dag. De opzet van deze dag is om zorgprofessionals uit verschillende disciplines samen te brengen en hen een hoogwaardig medisch educatief programma te bieden over preventie en vaccinaties.

Deze dag wordt georganiseerd door VE | AME (Virology Education | Academic Medical Education) in samenwerking met een organiserend comité, onder wie dr. Anke Bruns, internist-infectioloog, Ted van Essen, voorzitter van de Nederlandse Immunisatie Stichting, en Helens Siers, RIVM. Zij namen ook deel aan de werkgroep voor de vaccinatieleidraad bij longziekte.

Programma

Het programma biedt actuele inzichten, praktijkervaringen en netwerkmogelijkheden voor zorgprofessionals die betrokken zijn bij vaccinatiezorg.

De onderwerpen zijn preventie, implementatie, voorlichting, innovatieve vaccinatie-initiatieven, een genuanceerd en feitelijk overzicht van vaccins voor o.a. pneumokokken, RSV, griep en COVID-19, en de ontwikkeling van nieuwe en combinatievaccins.

Prof. dr. Tor Biering-Sorensen opent de dag met een presentatie over de effectiviteit van vaccins in oudere patiënten.

Dr. Simon van der Pol geeft de presentatie ‘Doelmatigheid vaccineren respiratoire infectieziekten seizoen; een andere kijk.’ Hij was penvoerder van de Leidraad voor vaccinatie bij volwassenen met een chronische longziekte, opgesteld in opdracht van de Long Alliantie Nederland. In zijn presentatie gaat hij o.a. in op RSV, COVID-19 en griep voor risicogroepen. De focus ligt verder op de gezondheids-economische aspecten.

Onder de doelgroep voor dit event vallen o.a. apothekers, (huis-)artsen, huisartsassistenten, verpleegkundig specialisten, verpleegkundigen, vertegenwoordigers van patiëntenorganisaties en beleidsmakers. Bij diverse beroepsverenigingen is accreditatie aangevraagd.

De locatie is Congrescentrum De Eenhoorn, direct tegenover station Amersfoort Centraal.

Bekijk voor meer informatie de VE | AME website.

Lees meer

Subsidie voor vervolg van project ‘Jong zijn met astma’

Geplaatst op: januari 12, 2026

Stichting Astma Bestrijding heeft financiële steun toegezegd om in 2026 verder te gaan met het project ‘Jong zijn met astma’.

Ongeveer 1,5 jaar geleden zijn de Long Alliantie Nederland en astmaVereniging Nederland en Davos (VND) gestart met het project ‘Jong zijn met astma’. Het doel van dit project is om de zorg voor kinderen en jongeren van 6 tot 18 jaar met astma te verbeteren. In de eerste fase van dit project zijn 3 hulpmiddelen ontwikkeld: een transmuraal zorgpad, een leefpad en een gesprekshulp. Deze hulpmiddelen horen bij elkaar en verwijzen naar elkaar.

Afgelopen najaar is de ontwikkeling hiervan succesvol afgerond en is financiële steun aangevraagd voor de vervolgstappen.

Vervolg financiering

We zijn erg blij dat we via de Stichting Astma Bestrijding financiering krijgen om dit jaar verder te gaan met dit project. Deze subsidie is mogelijk gemaakt door een bijdrage van Stichting Fonds Nederlands Sanatorium Davos (SFNSD).

De eerste stap is het op kleine schaal testen van de 3 hulpmiddelen. We kijken dan of ze goed bruikbaar zijn voor alle betrokkenen, zoals zorgverleners en kinderen en jongeren met astma. Op basis van hun ervaringen worden de hulpmiddelen daarna verbeterd. De tweede belangrijke stap is het goed beschikbaar maken (ontsluiten) van de hulpmiddelen. Dat betekent dat ze makkelijk te vinden en te gebruiken zijn.

Het uiteindelijke doel is landelijke invoering van goed afgestemde zorg voor kinderen en jongeren met astma. De ontwikkelde hulpmiddelen helpen daarbij. Ze dragen bij aan duidelijke, toegankelijke en goede zorg en ondersteunen zowel kinderen en jongeren met astma als zorgverleners.

Lees meer over dit project en de 3 hulpmiddelen in het PulmoScript-artikel

Stichting Astma Bestrijding stelt zich ten doel steun te verlenen aan projecten die direct of indirect ten goede komen aan patiënten met astma, copd en andere luchtwegaandoeningen, alsmede de gevolgen daarvan. Meer over deze stichting.

Heeft u vragen, feedback of wilt u betrokken zijn bij het project ‘Jong zijn met astma’? Neem contact op met Sabine de Goeij, projectleider Long Alliantie Nederland (degoeij@longalliantie.nl).

Lees meer

Podcast Duurzaamheid in de longzorg en de keuze bij inhalatoren

Geplaatst op: januari 8, 2026

PUFcast is een podcast-serie van Esculaap Media over diverse thema’s binnen longziekte. Duurzaamheid vraagt steeds meer de aandacht. In de PUFcast-aflevering ‘Duurzaamheid bij inhalatorkeuze’ bespreekt de presentator samen met Ilse Boudewijn, longarts Frisius MC, de milieu-impact van verschillende inhalatoren.

In Nederland draagt iedereen bij aan de overgang naar een duurzamere zorg. Ook de longzorg, en specifiek inhalatoren, spelen een onverwacht grote rol in de uitstoot van broeikasgassen. Ruim 1,5 miljoen mensen gebruiken dagelijks een inhalator. Dat heeft een milieu-impact.

In ongeveer 20 minuten komen in deze podcast de volgende onderwerpen aan de orde:

  • Hoe groot is de milieu-impact van verschillende inhalatoren?
  • Wat kunnen zorgprofessionals én patiënten doen om groener te kiezen?
  • Welke praktische stappen dragen direct bij aan een duurzamere longzorg?

Het doel van deze podcast is om inspiratie te bieden door inzichten, voorbeelden en handvatten die kunnen helpen om in de praktijk een verschil te maken en bij te dragen aan een duurzamere toekomst in de longzorg.

Beluister hier PUFcast Duurzaamheid en inhalatorkeuze

Deze podcast-serie wordt financieel mogelijk gemaakt door GSK, tevens bedrijfslid van de Long Alliantie Nederland.

Meer vragen over inhalatoren en het klimaat?

In april vorig jaar verscheen de Leidraad klimaatbewust voorschrijven van inhalatiemedicatie. Naar aanleiding van vragen die daarover speelden bij zorgverleners, heeft de Long Alliantie Nederland in nauwe afstemming met de beroepsgroepen een Q&A opgesteld met antwoord op veelgestelde vragen.

Lees vragen en antwoorden over inhalatoren en het klimaat

Lees meer over de Transmurale leidraad klimaatbewust voorschrijven van inhalatiemedicatie

Reageren kan via info@longalliantie.nl.

Lees meer

Nieuw landelijk meldpunt voor artsen om klachten door vapen te delen

Geplaatst op: januari 1, 2026

Bron: NVALT. Vanaf 1 januari 2026 kunnen artsen landelijk gezondheidsklachten melden die mogelijk worden veroorzaakt door vapen (het gebruik van e-sigaretten). Initiatiefnemers van dit meldpunt zijn (kinder)longartsen van de Nederlandse Vereniging van Kindergeneeskunde (NVK) en de Nederlandse Vereniging van Artsen voor Longziekten en Tuberculose (NVALT). Het betreft een samenwerking met het RIVM en het ministerie van VWS.

‘Het is van groot belang dat dit meldpunt er nu is. We zien in toenemende mate de gevolgen van vapen op de gezondheid van jonge mensen, en we willen hier meer grip op krijgen’, aldus Marije van den Beukel, kinderlongarts en werkzaam in het Haaglanden MC.

Het landelijk meldpunt is bedoeld voor artsen. Zij kunnen hier patiënten melden die klachten hebben of zich presenteren met symptomen die mogelijk te maken hebben met vapen. Alle artsen kunnen een melding doen, van jeugdarts, huisarts tot medisch specialist. De meldingen zijn volledig geanonimiseerd en niet herleidbaar tot individuele patiënten.

Het doel van het meldpunt is om beter te begrijpen welke klachten voorkomen en hoe vaak, en om mogelijke risico’s voor de volksgezondheid op tijd te herkennen.

‘Aandacht voor vapen en roken moet bij iedere patiënt aan bod komen in de spreekkamer. Vraag daarom als arts bij elke jonge patiënt naar vapen, en meld klachten die veroorzaakt zijn door vapen bij het meldpunt’, zegt longarts Leon van den Toorn, werkzaam in het Erasmus MC.

De meldingen worden verzameld en geanalyseerd. Het RIVM publiceert hierover elke zes maanden een rapport. Deze rapporten laten trends en patronen zien en gaan naar verwachting helpen bij het maken van goed onderbouwd beleid, zowel lokaal als landelijk.

Bekijk dit bericht op de NVALT-site

Direct naar het Meldpunt

Photo by Sebastian Radu (Unsplash)

Lees meer

Van versnipperde naar geïntegreerde astmazorg voor kinderen en volwassenen

Geplaatst op: december 30, 2025

In de december-editie van PulmoScript verscheen een artikel over het project ‘Jong zijn met astma’.

De Long Alliantie Nederland (LAN) en astmaVereniging Nederland en Davos (VND) hebben een verkenning gedaan naar knelpunten in de zorg voor kinderen en jongeren met astma, luchtwegklachten en allergie. In dit artikel gaan we in op de knelpunten – die misschien wel net zo goed gelden bij volwassenen? Vervolgens bespreken we de ontwikkelde producten om de astmazorg voor kinderen te verbeteren. Mogelijk kunnen deze ook voor de volwassenenzorg een blauwdruk vormen.

Door dr. Bart van Ewijk, kinderlongarts in Tergooi MC, tevens bestuurslid Long Alliantie Nederland, en Sabine de Goeij, projectleider ‘Jong zijn met astma’ van de Long Alliantie Nederland.

Veel mensen weten niet dat astma de meest voorkomende lichamelijke chronische kinderziekte in Nederland is. Astma vormt daarmee één van de belangrijkste oorzaken van bezoek aan huisarts, de spoedeisende hulp, ziekenhuisopnames en contact met zorgverleners bij kinderen. Uit de verkenning is gebleken dat luchtwegklachten en longziekten bij kinderen en jongeren een onderbelicht probleem zijn, dat meer aandacht mag hebben.

De ervaring van zowel patiënten als hulpverleners is daarnaast dat niet ieder kind de juiste diagnose en zorg krijgt. Veel signalen van chronische luchtwegklachten worden over het hoofd gezien. Ook is de zorg voor kinderen en jongeren met astma vaak versnipperd en is er veel praktijkvariatie. Een van de adviezen uit de verkenning betrof dan ook het ontwikkelen van een transmuraal leef-zorgpad.

Het project ‘Jong zijn met astma’

De verkenning heeft geleid tot het project ‘Jong zijn met astma’, waarvan de Long Alliantie en astmaVereniging Nederland en Davos de voortrekkers zijn. Binnen dit project zijn naast een transmuraal zorgpad, een leefpad en een gesprekshulp ontwikkeld, met meer aandacht voor de impact van astma op het dagelijks leven van een kind en de naasten. Deze drie concrete hulpmiddelen zijn onderling verbonden en verwijzen naar elkaar:

Zorgpad: een overzichtelijk en uniform stappenplan voor de medische zorg van kinderen en jongeren met astma, waar ze zich ook in de zorg bevinden. Het is de norm voor goede astmazorg voor kinderen en jongeren. Het bundelt alle bestaande informatie die nu nog versnipperd is, waardoor de zorg niet eenduidig en onvoldoende afgestemd wordt aangeboden. Het sluit direct aan bij en verwijst naar, indien wenselijk, bestaande richtlijnen en zorgstandaard. Het zorgpad is voornamelijk bestemd voor zorgverleners. Kinderen en ouders kunnen de stappen in het proces echter ook herkennen en zo nodig gebruiken om te bespreken met hun hulpverlener. Zo kunnen ‘samen beslissen momenten’ bij astma worden ondersteund.

Leefpad: een praktisch hulpmiddel in de spreekkamer om de chronische aard van astma inzichtelijk te maken en het gesprek tussen kind of jongere en zorgverlener te openen over wat dit betekent voor het leven van het kind of de jongere. Wat kom je op je levenspad met een chronische aandoening mogelijk allemaal tegen. Er kunnen bijvoorbeeld situaties, momenten of plekken zijn waar(op) een kind of jongere rekening moet houden met diens astma of die het astma mogelijk erger maken. Het samen in gesprek gaan hierover zorgt dat een kind of jongere zich bewust wordt wat het betekent om astma te hebben, zo nodig hulp kan krijgen en zo kan doen wat belangrijk is in diens leven.

Gesprekshulp: een instrument dat bedoeld is om het gesprek in de spreekkamer tussen kind-jongere-ouders en hulpverlener te faciliteren. Het kan dienen als hulpmiddel voor gezamenlijke agendasetting en door het kind en eventueel ouder thuis al voorbereid worden. Het kind of jongere staat centraal en kan de onderwerpen kiezen. De gesprekshulp beslaat alle domeinen van astma en bevat veel onderwerpen die mogelijk in de spreekkamer aan bod zouden kunnen komen. Ook de hulpverlener kan onderwerpen uit de diverse domeinen op de agenda van het consult zetten. De gesprekshulp kan ondersteunen in ‘samen beslissen momenten’ bij astma. Daarnaast bevat het korte informatie en tips om samen in de spreekkamer te bekijken en links naar bestaande sites om thuis nog eens op te zoeken. Naderhand kan alles nog eens worden nagelezen. Door het kind of jongere te vragen om vóór het consult met behulp van de gesprekshulp vast na te denken over mogelijke onderwerpen, bevordert dit naar verwachting de zelfstandigheid en zelfmanagement van het kind of jongere met astma.

Hoe verder?

De eerste ontwikkelingsfase van de producten is afgerond. Het gezamenlijke doel is dat deze hulpmiddelen bijdragen aan uniforme, toegankelijke en kwalitatief hoogwaardige zorg voor kinderen en jongeren met astma. De stip op de horizon van de Long Alliantie Nederland en astmaVereniging Nederland en Davos is uiteindelijk landelijke implementatie van transmuraal gecoördineerde ketenzorg voor kinderen en jongere met astma, waarbij deze hulpmiddelen een belangrijke rol spelen om patiënt en zorgverleners te ondersteunen.

De eerstvolgende stap is het toetsen van de bruikbaarheid voor alle betrokken doelgroepen. Daarna komt er een verbeterslag voor de ontwikkelde producten. De tweede cruciale stap is het ontsluiten van de producten – toegankelijk en goed vindbaar maken. En de derde belangrijke stap is om voorbereidingen te treffen voor een proefimplementatie in een aantal transmurale zorgregio’s. Op weg naar landelijke implementatie heeft de Long Alliantie Nederland eerder goede ervaring opgedaan bij het ontwikkelen en uitrollen van de kwaliteitsstandaard COPD-longaanval. Daarbij is gestart en zijn de effecten gemeten in een aantal proefregio’s. Dit concept willen we herhalen voor astmazorg voor kinderen en jongeren.

Strategisch kader

De Long Alliantie Nederland heeft een nieuw strategisch kader, gericht op het aanpakken van enkele overkoepelende thema’s. Een van die thema’s is Passende Zorg met daaronder onder andere ‘Verbeterde diagnose en monitoring’ en ‘Betere behandeling en zorgpaden’. We versterken de kwaliteit van diagnose en monitoring door bestaande richtlijnen en protocollen beter te verankeren in de dagelijkse praktijk. We stimuleren betere samenwerking tussen verschillende medische vakgebieden en tussen alle zorgverleners. Deze domeinoverstijgende en transmurale aanpak is essentieel voor het realiseren van effectievere diagnose- en behandeltrajecten.

Op landelijk niveau maken we ons hard voor de ontwikkeling van nationale kaders voor gestandaardiseerde diagnosecriteria en monitoringsparameters in bredere zin. Deze kaders zijn essentieel voor effectieve transmurale samenwerking en gegevensuitwisseling. We bepalen hierbij niet zelf de inhoudelijke aspecten van diagnostiek; deze expertise ligt bij andere partijen. De toegevoegde waarde van de Long Alliantie Nederland ligt in het bevorderen dat bestaande kennis effectief wordt toegepast over de verschillende zorglijnen heen. Hiervoor stimuleren wij de ontwikkeling van gerichte hulpmiddelen zoals toolboxen en transmurale zorgpaden. We kijken naar knelpunten in de zorgketen, onderbehandeling van specifieke patiëntgroepen en mogelijkheden voor verbetering van de zorguitkomsten. Na deze analyse bepalen we of aanvullende handreikingen, zorgpaden of updates van bestaande materialen nodig zijn.

Het leef- en zorgpad voor kinderen en jongeren is dus één van de voorbeelden hiervan. Het vormt een blauwdruk voor andere patiëntengroepen. En met mede de ervaring van de implementatie van de kwaliteitsstandaard COPD-longaanval binnen de Long Alliantie Nederland, zijn we van plan om implementatie van benodigde toolboxen, handreikingen en zorgpaden op het gebied van chronische longaandoeningen weer een stap verder te kunnen helpen.

Download het artikel als pdf: artikel PulmoScript december 2025

Heeft u vragen, feedback of wilt u betrokken zijn bij het project ‘Jong zijn met astma’? Neem contact op met Sabine de Goeij, projectleider Long Alliantie Nederland (degoeij@longalliantie.nl).

Lees meer

Webinar ‘Ongecontroleerd astma in de huisartsenpraktijk: hoe nu verder?’

Geplaatst op: december 29, 2025

Ongecontroleerd astma wordt in de eerste lijn vaak onderschat. Op 20 en 22 januari 2026 kun je hierover een webinar volgen. Herhaald SABA-gebruik, terugkerende prednisonkuren of ogenschijnlijk milde klachten kunnen belangrijke signalen zijn. In het webinar delen vier experts praktische handvatten om deze patiënten beter te herkennen, de behandeling te optimaliseren en tijdig te verwijzen.

Sprekers:

  • prof. dr. Janwillem Kocks, huisarts en onderzoeker bij GPRI
  • dr. Boudewijn Dierick, apotheekhoudend huisarts en onderzoeker bij UMCG
  • dr. Saar van Nederveen-Bendien, longarts en onderzoeker bij Deventer Ziekenhuis
  • Hennie Monrooij, POH in Houten

De onderwerpen:

  • Herkennen van subtiele signalen van ongecontroleerd astma
  • Optimaliseren van inhalatie, therapietrouw en medicatie
  • Wanneer verwijzen naar de longarts zinvol is
  • Direct toepasbare tips uit de praktijk

Wanneer?

  • Dinsdag 20 januari 2026, 17.00 uur
  • Donderdag 22 januari 2026, 20.00 uur

Aanmelden en accreditatie

Accreditatie voor 1 uur is aangevraagd voor o.a. huisartsen, apothekers (oa), longverpleegkundigen, verpleegkundig specialisten en POH’s. Ga voor aanmelden naar PUF academy: www.pufacademy.nl/ernstig_astma.

Foto boven: Andrew Neel, via Unsplash

Meer vragen over ongecontroleerd en ernstig astma?

Vorig najaar is een vernieuwde factsheet over ongecontroleerd en ernstig astma uitgebracht door astmaVereniging Nederland en Davos in samenwerking met de Long Alliantie Nederland. Bekijk hier de vernieuwde factsheet:

Lees meer

We weten wat de zorg nodig heeft. Waarom doen we het niet?

Geplaatst op: december 22, 2025

Deze column van Rutger Haandrikman verscheen in PUF magazine, december 2025 (jaargang 7, #4).

Op een dinsdagavond in oktober zat ik achter mijn laptop, online meekijkend met Het Grote Zorgdebat vanuit het Beatrix Theater. Ruim 1.300 toeschouwers ter plekke, bijna 17.000 online. Een bomvolle zaal voor een debat over de zorg. Denk daar even over na: een uitverkocht theater, niet voor entertainment, maar uit pure bezorgdheid over de toekomst.

En toch. Ondanks die urgentie, ondanks die massale belangstelling, bleven de antwoorden hangen in wat Stanford-hoogleraren Jeffrey Pfeffer en Robert Sutton de ‘knowing-doing-gap’ noemen: de kloof tussen weten wat je moet doen en het daadwerkelijk doen. We weten allemaal wat er moet gebeuren, maar niemand durft het startschot te geven.

Voor de Long Alliantie en haar leden is die kloof pijnlijk zichtbaar. Ruim 1,2 miljoen Nederlanders leven met een chronische longziekte. Alleen al 8.100 mensen met astma en 27.000 mensen met COPD worden elk jaar in het ziekenhuis opgenomen. We wéten dat veel hiervan te voorkomen is. We wéten dat ons zorgsysteem te veel focust op behandelen en te weinig op voorkomen. Individuele zorgprofessionals doen uitstekend werk, maar het systeem als geheel blijft hangen in oude patronen.

Het probleem is niet gebrek aan kennis. Het probleem is de illusie van veiligheid. Iedereen in de zorg voelt de urgentie, wil wel vernieuwen, maar houdt zijn kaarten tegen de borst omdat iedereen bang is ten onder te gaan. We lijken met z’n allen gevangen te zitten in een collectieve verstarring. Terwijl het systeem waar we zo aan vasthouden (betalen voor activiteit in plaats van resultaat, ziekenhuis als standaard in plaats van uitzondering, behandelen in plaats van voorkomen) juist nu al vastloopt. Wachtlijsten groeien. Zorgpersoneel vertrekt. Mensen die de weg niet weten of geen dikke portemonnee hebben, vallen buiten de boot.

De vraag die we moeten stellen is niet: “draagt deze behandeling bij aan genezing?” De vraag is: “draagt deze behandeling bij aan het leven dat iemand wil leiden?” Moet het in het ziekenhuis of kan het thuis? Is fysiek contact nodig of werkt digitaal? En durven we ‘nee’ te zeggen tegen wat niet helpt?

Dit zijn geen technische vragen. Dit zijn morele keuzes over wat we met elkaar willen. Over waar we ons geld aan uitgeven. Over wie we beschermen.

We weten wat nodig is: de moed om het publieke belang voorop te stellen, de moed om onszelf af te rekenen op wat we werkelijk bereiken. In de Britse satire Yes Minister was ‘moedig’ het meest gevreesde woord. Het was Sir Humphrey’s elegante manier om te zeggen: dit kost je je carrière. Die reflexmatige voorzichtigheid zie je ook nu. Alleen is stilzitten inmiddels het gevaarlijkste geworden.

Vorige week was die volle zaal in Utrecht een teken van hoop. Maar ook van ongeduld. We hebben de diagnose. We kennen de therapie.

Ook de Long Alliantie probeert haar steentje bij te dragen: met concrete doelen, samenwerking tussen partijen en de bereidheid om keuzes te maken. Niet omdat we alle antwoorden hebben, maar omdat het startschot ergens moet vallen.

Rutger Haandrikman is directeur van de Long Alliantie Nederland. Reageren kan via haandrikman@longalliantie.nl.

Lees meer