Van wie leer je goed inhaleren? De onmisbare instructie bij inhalatiemedicatie
Geplaatst op: mei 5, 2025

Zorgpaden en leidraden maken er steevast melding van: bij het voorschrijven van inhalatiemedicatie is het essentieel dat de patiënt ook leert om de betreffende puffer goed te gebruiken. Walter van Litsenburg, verpleegkundig specialist astma/COPD en IMIS-bestuurslid, kan het niet vaak genoeg benadrukken. Van wie krijgt de patiënt de instructies? Zonder scholing van de zorgverleners en duidelijke werkafspraken gaat het mis. ‘Er is nog een wereld te winnen.’

Interview met Walter van Litsenburg, verpleegkundig specialist astma/COPD en IMIS-bestuurslid
Dat patiënten hun luchtwegmedicatie goed binnenkrijgen, is het einddoel voor stichting IMIS, de ‘Inhalatie Medicatie Instructie School’. In Nederland gebruiken wel 1,4 miljoen mensen een puffer. De meeste inhalatorgebruikers maken essentiële fouten bij het innemen van de medicatie – maar liefst 70 procent. Goed inhaleren is een vaardigheid, die je moet aanleren. Van Litsenburg is algemeen bestuurslid en IMIS-trainer voor de regio Eindhoven, Helmond, Weert. IMIS organiseert en geeft scholing aan multidisciplinaire teams – van huisartsen en praktijkondersteuners, apothekers en apothekersassistenten, longartsen en longverpleegkundigen, en verpleegkundigen van de verpleegafdeling en de thuiszorg – zodat de patiënt de begeleiding krijgt die nodig is voor juist gebruik van de luchtwegmedicatie.
Scholing zorgprofessional
Scholing is in de eerste plaats gericht op technische instructie, er zijn veel verschillende typen inhalatoren, met wezenlijk andere gebruiksaanwijzingen. Vervolgens gaat scholing ook over het maken van werkafspraken in de regio: hoe sluit je mooi op elkaar aan – wie geeft de (herhaalde) inhalatie-instructie aan de patiënt, wie doet de monitoring, de jaarlijkse opvolging.
Van Litsenburg pakt het recent herziene formularium inhalatiemedicatie voor zijn regio erbij. Er staan duidelijke afspraken op voor de ziekenhuizen, huisartspraktijken, verpleeghuizen en apothekers. Het formularium bevat een beperkte keuze van inhalatoren, wat het ook eenvoudiger maakt om instructies te geven. Daarbij is er overeengekomen dat zorgverleners elke 3 jaar een IMIS-training volgen.
Slordig gebruik
Waarom gaat het fout met inhaleren? Inhaleren van medicijnen is een vaardigheid die de patiënt onder de knie moet krijgen. Hiervoor is bij een nieuwe inhalator drie keer instructie nodig in de eerste drie maanden. Samenwerking en afstemming tussen de verschillende zorgverleners die deze instructies geven is essentieel. Als mensen al langer een inhalator gebruiken, wordt de vaardigheid vaak slordiger, hiervoor is jaarlijkse herhaling nodig van de instructie. Belangrijk is dat de zorgverleners worden gefaciliteerd om een goede instructie te geven qua kennis, tijd, materialen, samenwerking en didactische vaardigheden. IMIS geeft scholingen die voldoen aan deze voorwaarden. Borging van deze scholingen is een belangrijke voorwaarde voor een beter gebruik van inhalatiemedicatie door de mensen met longaandoeningen.
Samenwerking
Door de Long Alliantie Nederland (LAN) is in samenwerking met IMIS al een hele basis gelegd. Zo is het platform Inhalatorgebruik.nl neergezet, met eenduidige protocollen en video-instructies voor alle inhalatortypen. Er is samen opgetrokken in het Zorgpad Inhalatiemedicatie, scholingen zijn uitgebreid en behandelen naast de techniek, ook de didactiek en de afstemming in de regio. Een complete toolkit staat op Goedinhaleren.nl. Met CME-Online is er een e-learning ontwikkeld over therapietrouw bij inhalatiemedicatie.
Goede en herhaalde instructie voor patiënten over het juist gebruik van hun inhalator is van wezenlijk belang. En dat valt of staat met het scholen en faciliteren van de zorgprofessional. IMIS is een onafhankelijke stichting die op verzoek overal in Nederland, aan zorgverleners, scholingen geeft over inhalatietechniek, inhalatie-instructie en samenwerking in de regio. Er wordt gewerkt aan (financiële) borging van deze scholingen waardoor een beter gebruik van inhalatiemedicatie leidt tot een betere kwaliteit van leven voor mensen met longaandoeningen.
Meer informatie via Lidewij Sekhuis, senior projectleider, sekhuis@longalliantie.nl.
Verder lezen
- Vraag de Hand-out goede inhalatie-instructie gratis op bij de Long Alliantie Nederland (LAN) via info@inhalatorgebruik.nl
- Meer over de CME-online e-learning Therapietrouw bij inhalatiemedicatie voor apothekers of voor apothekersassistenten
- Lees verder over Optimalisatie inhalatorgebruik in het iDoctor nascholingsartikel m.m.v. Walter van Litsenburg
- Naar Stichting IMIS
Wereld Astma Dag 2025, op 6 mei
Geplaatst op: mei 5, 2025

Het thema van Wereld Astma Dag 2025, georganiseerd door de Global Initiative for Asthma (GINA), is ‘Maak inhalatiemedicatie toegankelijk voor iedereen’. Dit thema benadrukt het belang van de beschikbaarheid en betaalbaarheid van inhalatiemedicatie, die vaak essentieel is om astma te beheersen en aanvallen te behandelen. Samen streven we naar een wereld waarin iedereen met astma toegang heeft tot de noodzakelijke behandelingen.
Het thema van dit jaar roept zorgverleners, bedrijven en beleidsmakers wereldwijd op om samen te werken aan het verbeteren van de beschikbaarheid en de betaalbaarheid van inhalatiemedicatie. Inhalatiemedicatie helpt om ontstekingen in de luchtwegen te verminderen en ernstige astma-aanvallen te voorkomen. Betere behandeling voor mensen met astma leidt tot minder ziekenhuisopnames en sterfgevallen en een betere kwaliteit van leven.
Programma’s rond inhalatiemedicatie
De Long Alliantie Nederland onderstreept het belang van inhalatiemedicatie doorlopend met haar programma’s, waaronder de website inhalatorgebruik.nl, het Zorgpad Inhalatiemedicatie met de online toolbox goedinhaleren.nl, het landelijk kader regionale formularia inhalatiemedicatie (recent herziene versie) en bijdragen aan scholingen en trainingen.
Samen met Stichting IMIS werkt de Long Alliantie Nederland vooral aan de toegankelijkheid van de juiste instructie bij inhalatiemedicatie. Scholing van zorgverleners en goede werkafspraken zijn daarbij onontbeerlijk.
Er is een Webinar op 6 mei voor mensen met astma, waarin omgaan met astma in het algemeen centraal staat.

Nederland loopt achter met vaccinaties voor volwassenen – coalitie eist versnelling
Geplaatst op: april 28, 2025

Nederland loopt achter op andere Europese landen als het gaat om vaccinaties voor volwassenen. De overheid is te traag met besluitvorming over investeringen en implementatie van vaccins. Daardoor lopen vooral kwetsbare groepen, zoals ouderen en mensen met een chronische aandoening, onnodige risico’s op infectieziekten met mogelijk ernstige complicaties.
Een brede coalitie van zorgprofessionals, patiënten- en ouderenorganisaties roept nu de overheid op om het vaccineren te versnellen. Aan de start van de Europese Immunisatieweek op 28 april, publiceren we gezamenlijk een pamflet: Vooruit met Vaccineren. Dit moet de overheid duidelijk maken dat er haast geboden is en zij in gesprek moeten gaan met de coalitiepartners om het vaccinatiebeleid voor volwassenen vlot te trekken.

Rutger Haandrikman, directeur Long Alliantie Nederland: “Preventie is geen luxe, maar noodzakelijke zorg. Dat we in Nederland in 2025 nog steeds discussiëren over de waarde van vaccinatieprogramma’s voor volwassenen is bijna niet te bevatten. De feiten spreken voor zich: vaccinatie beschermt, voorkomt leed en bespaart kosten. Toch blijft Nederland achter bij onze buurlanden. Het patroon is bekend: eerst jarenlang debatteren over budgetten, terwijl kwetsbare groepen intussen aan hun lot worden overgelaten. Vooral voor longpatiënten zijn infecties vaak geen klein ongemak, maar een serieuze bedreiging. De coalitie ‘Vooruit met Vaccineren’ toont aan dat het anders kan. Geen versplintering, maar samenwerking tussen patiënten, professionals en bedrijven. Nu is het zaak dat politiek, beleidsmakers en verzekeraars hun verantwoordelijkheid nemen. Want wie nu nog kiest voor de goedkoopste oplossing, zal later de rekening dubbel en dwars betalen. In euro’s én in mensenlevens.”
Kwetsbare groepen
Belangrijkste argumenten van de coalitiepartners om het vaccineren van volwassenen te versnellen zijn de gezondheidsrisico’s voor de hele bevolking, maar met name de kwetsbare groepen. “Vaccineren is een bewezen effectief en veilig middel om ziekte en sterfte te voorkomen. Waarom wachten als we nu al bescherming kunnen bieden? Een infectieziekte kan niet alleen leiden tot lange ziekteperiodes, maar ook tot uitval op het werk en hogere druk op de zorg,” aldus Ted van Essen, voorzitter Nederlandse Immunisatie Stichting.
Snel handelen
“Vaccineren doe je niet alleen voor jezelf, maar voor elkaar. Elke vaccinatie draagt bij aan de bescherming van kwetsbaren en voorkomt dat ernstige infectieziekten terugkeren. Als artsen zien wij dagelijks hoe belangrijk het is dat iedereen die kan, bijdraagt aan deze collectieve bescherming—zo blijven óók degenen die niet gevaccineerd kunnen worden veilig, én beschermen we mensen die in hun werk, zoals in de zorg, risico lopen. Daarom is het essentieel dat de overheid nu snel handelt om vaccins breed toegankelijk te maken,” legt Sylvia van der Burg, lid Federatiebestuur KNMG, uit.
Onwaardig
In andere Europese landen zoals Duitsland en het Verenigd Koninkrijk zijn vaccinatieprogramma’s voor volwassenen reeds in volle gang. “Het is een land als het onze onwaardig en niet te rechtvaardigen dat kwetsbare groepen, zoals ouderen en mensen met een chronische aandoening, langer moeten wachten op essentiële vaccins die hen kunnen beschermen tegen ernstige infecties als complicatie,” stelt Margriet Schneider, voorzitter Samenwerking Infectieziekten.
Coalitie
De coalitie bestaat uit artsenfederatie KNMG, apothekersorganisatie KNMP, Verpleegkundigen & Verzorgenden Nederland, Beroepsvereniging van en voor Physician Assistants, Nederlandse Vereniging voor Doktersassistenten, Nederlandse Vereniging voor Praktijkondersteuners, Nederlandse Vereniging voor Infectieziektebestrijding, Long Alliantie Nederland, Stichting Nationaal Netwerk Inclusieve Zorg, ActiZ, Samenwerking Infectieziekten, Nederlandse Immunisatie Stichting, Aidsfonds, Longfonds, Stichting voor Afweerstoornissen, Stichting Pijn na Gordelroos, ANBO-PCOB, Senioren Netwerk Nederland en Senioren Brabant-Zeeland.
Oproep aan de overheid
Met het pamflet vraagt de coalitie de overheid om:
- Een versnelling in de besluitvorming rondom vaccinatieprogramma’s voor volwassenen.
- Structurele financiering voor volwassenenvaccinatie, vergelijkbaar met het
Rijksvaccinatieprogramma voor kinderen. - Gerichte acties en activiteiten mogelijk maken om de vaccinatiebereidheid onder
risicogroepen te verhogen. - Vaccinatie dicht bij huis mogelijk maken.
Lees meer op: vooruitmetvaccineren.nu
Veelgestelde vragen over inhalatoren en het klimaat
Geplaatst op: april 9, 2025

Vandaag is de ‘Transmurale leidraad klimaatbewust voorschrijven van inhalatiemedicatie’ verschenen. Er zijn daarna verschillende mediaberichten verschenen over de milieu-impact van inhalatoren. Hierbij geven wij antwoord op veelgestelde vragen naar aanleiding van deze berichtgeving.
Naar aanleiding van de Leidraad klimaatbewust voorschrijven van inhalatiemedicatie en berichtgeving in de media kunnen aanvullende vragen binnenkomen bij zorgverleners. Daarom hebben we, als Long Alliantie Nederland, in nauwe afstemming met de beroepsgroepen de volgende Q&A opgesteld met antwoord op veelgestelde vragen.

Welke inhalatoren bevatten drijfgassen?
Dit zijn de inhalatoren bij welke je middels het drukken op de bovenkant van het spuitbusje een dosis “afvuurt”, er komt dan een spray uit. Vaak gebruik je die in combinatie met een voorzetkamer. Let op: Er zijn ook “soft mist” inhalatoren (Respimat©), daar komt ook een wolkje uit via het drukken op een knop, maar dat is geen drijfgas.
Waarom bevatten sommige inhalatoren drijfgassen?
Deze drijfgassen zijn essentieel om de medicijndeeltjes diep in de longen te brengen bij dit type inhalatoren en zorgen dus voor een effectieve werking van het medicijn.
Dragen inhalatoren met de huidige drijfgassen bij aan het broeikaseffect/ opwarming van de aarde?
Ja, de huidig gebruikte drijfgassen zijn sterke broeikasgassen. Ze zijn 1500 (HFA-134a) tot 3000 keer (HFA-227ea) potenter dan CO2. Gemiddeld jaarlijks gebruik van een inhalator met deze drijfgassen door 1 patiënt (HFA-134a en zelfs in meerdere mate HFA-227), komt grofweg overeen met een autorit van Amsterdam naar Parijs. Gelukkig gaat het gezien de kleine hoeveelheden drijfgas per inhalator in totaal om een kleine bijdrage van 10-36 kg CO2 equivalent per inhaler (zo’n 0.08% van de totale CO2 uitstoot van Nederland). Ter vergelijking: een dag ziekenhuisopname zorgt voor zo’n 70-100 kg CO2.
Gezien die kleine bijdrage, waarom dan toch een Leidraad?
Als beroepsverenigingen (CAHAG, KNMP, NVALT, NHG, NVK) en patiëntenvereniging (Longfonds) vinden we het behouden van een gezonde leefomgeving prioriteit en dus is het belangrijk om duurzame keuzes te maken. In totaal draagt de zorg 7% bij aan CO2 uitstoot en medicatie is daar een onderdeel van. Voor veel patiënten (ca. 70-80%) is er m.b.t. inhalatoren een klimaatvriendelijker alternatief. De ‘Leidraad klimaatvriendelijk voorschrijven inhalatiemedicatie’ geeft handvatten aan zorgprofessionals om een duurzame keuze te maken voor een inhalator, waarbij de kwaliteit van zorg gewaarborgd blijft.
Wat zijn klimaatvriendelijke alternatieven?
Momenteel zijn dat droogpoeder inhalatoren en soft mist inhalatoren. Vanaf eind 2025 zijn er naar verwachting ook inhalatoren met klimaatvriendelijker drijfgas (HFO-1234ze en HFA-152a) beschikbaar. Deze hebben een veel kleinere impact op het broeikaseffect (vergelijkbaar met de droogpoeder inhalatoren). [Aanvulling van de redactie: Eind 2025 is de eerste inhalator met klimaatvriendelijker drijfgas (Trixeo Aerosphere©) op de markt gekomen.]
Werken die klimaatvriendelijke alternatieven even goed?
In principe werken klimaatvriendelijke alternatieven even goed, mits aan een aantal voorwaarden wordt voldaan. De keuze voor een inhalator moet altijd in samenspraak met de patiënt zijn en het is essentieel dat een inhalator op de juiste manier gebruikt wordt (inhalatietechniek). In de Leidraad worden criteria benoemd waaraan voldaan moet worden bij keuze voor een droogpoeder inhalator, namelijk ‘bewuste inhalatie mogelijk’, ‘voldoende kunnen uitademen’ en ‘adem 10 seconden kunnen vasthouden’. Als hieraan voldaan wordt werken droogpoeder inhalatoren evengoed als drijfgas inhalatoren.
Moet ik patiënten actief betrekken en begeleiden indien ik een klimaatvriendelijke inhalator wil voorschrijven?
Ja, dit wordt ten zeerste aangeraden in de Leidraad. Zonder overleg wisselen, kan voor verminderd vertrouwen in de inhalator zorgen en onjuist gebruik. Veel patiënten staan hier voor open mits effectiviteit en bijwerkingen niet anders zijn. Voor informatie over juist gebruik van inhalatoren kunt u terecht op www.inhalatorgebruik.nl.
Wie kunnen een droogpoeder inhalator NIET gebruiken?
Dit zijn vooral jonge kinderen (vanaf 10-12 jaar hebben mensen pas een goede inhalatiekracht), mensen met een fysieke beperking, mensen die onvoldoende kunnen uitademen of niet 10 seconden hun adem kunnen vasthouden (dit is ook in acute situatie vaak het geval). Onvoldoende krachtig kunnen inademen is een aanvullend criterium voor afraden van gebruik van een droogpoeder inhalator met hoge weerstand, echter dan kan een droogpoeder inhalator met lage weerstand vaak wel. Zie stroomschema in Bijlage 1 en 2 van de Leidraad.
Kan ik nog meer doen om te vergroenen qua inhalatoren?
Jazeker, de Leidraad geeft een aantal groene tips, o.a.: investeer in een goede diagnose en preventie, controleer regelmatig de inhalatietechniek en therapietrouw, combineer indien mogelijk meerdere medicijnen in 1 inhalator, schrijf niet teveel inhalatoren ineens voor, laat inhalatoren terugbrengen naar de apotheek.
Zijn er ook alternatieve drijfgassen die klimaatvriendelijker zijn?
Ja, die zijn in ontwikkeling, er zijn er twee: HFA-152a en HFO-1234ze. De eerste inhalator met een klimaatvriendelijk drijfgas (HFO-1234ze) wordt nu door de Europese medicijnautoriteit (EMA) beoordeeld en komt naar verwachting tegen einde van het jaar op de markt. Deze heeft een minimale CO2 impact (vergelijkbaar met een droogpoeder inhalator). Er zullen er daarna meerdere volgen. Het vervangen van alle drijfgas inhalatoren zal nog enkele jaren duren is de verwachting.
Zit er ook PFAS in inhalatoren?
De huidig gebruikte drijfgassen (HFA-134a en HFA-227ea) vallen inderdaad onder de (brede) PFAS definitie, welke draait om het bevatten van een -CF3 of -CF2 groep, (waar zo’n 10.000 stoffen onder vallen) van de Europese Commissie.
Wat voor PFAS gaat het om?
De huidig gebruikte drijfgassen zijn volgens de definitie van de Europese Commissie PFAS, maar die worden snel afgebroken in trifluorazijnzuur (TFA). TFA is een ultra korte keten PFAS met een half-waarde tijd van 16-42 uur. Vergeleken met de lange keten PFAS (PFOA, PFOS, etc.) die een lange half-waarde tijd hebben van 1,5-25 jaar en een slechte naam hebben, is dit dus een relatief weinig persistente PFAS. Ze worden veel sneller afgebroken en zijn veel minder gevaarlijk. Het is dus van belang te benadrukken dat PFAS niet op één hoop te gooien zijn.
Zijn de PFAS in inhalatoren schadelijk voor de patiënt?
Nee, de PFAS in de drijfgassen (HFA-134a en HFA-227ea) van de huidige inhalatoren zijn niet direct schadelijk voor de mens bij gebruik van de inhalator, gezien je ze voor het grootste deel uitademt en de rest via de urine uit plast. Ze zullen dus niet opstapelen in het lichaam. We hebben al meer dan 30 jaar ervaring met deze drijfgassen die sinds de jaren 90 op de markt zijn en er zijn tot op heden geen signalen dat er serieuze gezondheidsschade is opgetreden in relatie tot het drijfgas.
Zijn de PFAS in inhalatoren schadelijk voor het milieu?
In het algemeen kunnen de drijfgassen uit inhalatoren die in de lucht komen wel schadelijk zijn voor het milieu wanneer ze worden omgezet in TFA. Ze kunnen bijvoorbeeld in drinkwater en planten ophopen. PFAS (waaronder TFA) komt uit allerlei industriële bronnen. PFAS (of eigenlijk TFA) uit inhalatoren zal daar echter slechts een minuscule fractie van bedragen, het merendeel komt uit drijfgassen gebruikt in airconditioning en koelkasten.
Zijn er inhalatoren zonder PFAS?
Ja, de droogpoeder inhalatoren en soft mist inhalatoren bevatten deze niet. Eén van de nieuwe drijfgassen (HFA-152a) valt helemaal niet onder de PFAS definitie, deze zal naar verwachting vanaf eind 2025 of in de loop van 2026 op de markt komen. Voor het andere nieuwe drijfgas (HFO-1234ze) is nog onduidelijk of het onder de PFAS-regulering van de Europese Commissie valt. Ook deze variant is niet schadelijk voor mensen bij gebruik van de inhalator.
Leidraad klimaatbewust voorschrijven van inhalatiemedicatie
Geplaatst op: april 9, 2025

Huisartsen, longartsen, kinderartsen en apothekers hebben samen met patiënten en zorgverzekeraars nagedacht over hoe inhalatiemedicatie groener kan, met minder uitstoot van broeikasgassen. Op initiatief van Zorginstituut Nederland hebben zij een leidraad geschreven om klimaatbewust inhalatiemedicatie voor te schrijven aan mensen met astma en COPD. Deze leidraad geeft voorschrijvers en patiënten houvast bij het kiezen van inhalatiemedicatie die beter voor het klimaat is.
Aanvullend: Naar aanleiding van deze leidraad en berichtgeving in de media kunnen aanvullende vragen binnenkomen bij zorgverleners. Daarom hebben we, als Long Alliantie Nederland, in nauwe afstemming met de beroepsgroepen een Q&A opgesteld met antwoord op veelgestelde vragen.
Deze leidraad komt voort uit het Passende zorg verbetertraject voor mensen met astma. In het ‘Verbetersignalement Astma’ is afgesproken om meer aandacht te hebben voor de negatieve effecten van inhalatoren op het klimaat.

Inhalatoren die beter zijn voor het klimaat
Er bestaan verschillende soorten inhalatoren: dosisaerosol inhalatoren, droog-poeder inhalatoren en soft-mist-inhalatoren. Als mensen met astma of COPD die goed gebruiken, werken ze allemaal even goed. Maar de huidige en meest gebruikte dosisaerosol-inhalatoren hebben een relatief grote CO2-voetafdruk. Dat komt doordat de momenteel gebruikte drijfgassen een groter broeikaseffect hebben dan CO2. Drijfgas zorgt ervoor dat de vloeistof als fijne deeltjes uit het mondstuk komt. Poederinhalatoren en soft-mistinhalatoren bevatten geen drijfgassen en stoten minder CO2 uit. Daardoor zijn ze beter voor het klimaat.
In de tussentijd wordt ook gewerkt aan minder klimaatbelastende drijfgassen. Deze zijn nu nog niet op de markt, maar zullen naar verwachting de komende jaren een ander klimaatvriendelijk alternatief vormen. [Aanvulling van de redactie: Eind 2025 is de eerste inhalator met klimaatvriendelijker drijfgas (Trixeo Aerosphere©) op de markt gekomen.]
Hulp bij het kiezen van de juiste inhalator
Deze praktische leidraad helpt voorschrijvers om samen met de patiënt een goede inhalator te kiezen die net zo goed werkt, maar met minder negatieve gevolgen voor het klimaat. Zo is passende zorg voor de patiënt ook passend voor het klimaat.
Betrokken partijen
COPD & Astma Huisartsen Advies Groep (CAHAG)
De Groene Longarts
Koninklijke Nederlandse Maatschappij ter bevordering van Pharmacie (KNMP)
Longfonds
Nederlands Huisartsen Genootschap (NHG)
Nederlandse Vereniging van Artsen voor Longziekten en Tuberculose (NVALT)
Nederlandse Vereniging voor Kindergeneeskunde (NVK)
Naar ‘Transmurale leidraad klimaatbewust voorschrijven van inhalatiemedicatie’ – Zorginstituut Nederland
Verbetering diagnostiek van astma en COPD: pilots in de regio
Geplaatst op: april 7, 2025

Door het ontbreken van een standaard diagnostische aanpak is er in Nederland veel praktijkvariatie in de zorg voor astma- en COPD-patiënten. Momenteel loopt er een pilot in drie regio’s voor het verbeteren van de zorgaanpak. Structurele samenwerking tussen de eerste en tweede lijn, heldere afspraken en betere afstemming met de patiënt vormen de basis. Hoogwaardige zorg begint met een standaardaanpak in de diagnostiek.
Is het astma of COPD? Of allebei? Of toch iets anders? En hoe komen we tot die diagnose? Uit onderzoek blijkt dat hier verrassend vaak variatie in zit. Op basis van lokale initiatieven in het land is in 2022 de pilot ‘Regionale zorgaanpak astma en COPD’ gestart. Het zoeken is naar optimale samenwerking, waarin de patiënt centraal staat en ook gestimuleerd wordt om zelf aan het roer te staan.
In Groningen is al tien jaar ervaring opgedaan met verbeterde diagnostiek van astma en COPD. Een van de initiatiefnemers van het project is prof. dr. Thys van der Molen, emeritus hoogleraar huisartsgeneeskunde Groningen. Van der Molen: “Bij de Astma-/COPD-dienst van de laboratoria CERTE en Star-shl is duidelijk geworden dat er grote behoefte bestaat aan eenduidige heldere diagnostiek en inspirerende follow-up met behulp van de ziektelastmeter, waarbij de longarts online meekijkt (n > 50.000). Dat wil je voor het hele land beschikbaar maken. Nu heeft elke regio zijn omstandigheden. Daarom is de pilot opgezet om zo flexibel mogelijk het idee van transparante en transmurale diagnostiek uit te proberen in verschillende praktijken en samenwerkingsverbanden.”
Drie pilotteams
Er zijn momenteel drie pilotteams die de regionale transmurale zorgaanpak testen. Met longfunctieonderzoek, een vragenlijst en eventueel observatie van de inhalatie op een herhaalbare en transparante manier wordt de diagnose gesteld door de huisarts, eventueel met hulp van de lokale longarts via internet.
Het voorgestelde zorgaanpakmodel bestaat uit een makkelijk te implementeren diagnostisch model en een set tools ter ondersteuning van de diagnostiek. De implementatie vindt plaats bij kleine en grotere regionale samenwerkingsverbanden en heeft als doel verschillende implementatievormen te testen en verder te ontwikkelen. Tools voor monitoring na de diagnose worden ontwikkeld op basis van de ziektelastmeter.
In de praktijk
Praktijkondersteuners hebben een belangrijke rol om de astma- en COPD-zorg regionaal beter te gaan organiseren. Een van de pilotdeelnemers en lid van de expertgroep is praktijkondersteuner Adrie Schaap-de Jong, van praktijk De Haven in IJmuiden. Zij vertelt: “Mijn ervaring als POH in de samenwerking omtrent de zorg voor astma- en COPD patiënten tussen eerste en tweede lijn, zijn positief. Deze pilot heeft laten zien dat er betere zorg mogelijk is, als je in de eerste en tweede lijn een modus vindt om dit goed op elkaar af te stemmen. De voorbereidingen van de expertgroep hebben geleid tot daadwerkelijke verbeteringen in die samenwerking, waardoor de kwaliteit van zorg voor de patiënt hoger is.”
Samenwerking
De pilot loopt onder regie van een landelijke expertgroep. Initiatiefnemers zijn prof. dr. Onno van Schayck, hoogleraar preventieve geneeskunde Maastricht en prof. dr. Thys van der Molen, Emeritus hoogleraar huisartsgeneeskunde Groningen. Aan de expertgroep nemen diverse zorgverleners deel. Ook de Long Alliantie Nederland en Longfonds nemen deel aan deze expertgroep.
Het project wordt mede mogelijk gemaakt door Chiesi Pharmaceuticals B.V. Het project ‘Regionale aanpak Astma & COPD’ wordt al enkele jaren gesteund vanuit een commitment aan hoogwaardige zorg en lange termijn impact voor de patiënt. Chiesi is bedrijfslid van de Long Alliantie Nederland.
Meer informatie regionale initiatieven: https://www.longaanval.nl/regionale-initiatieven/regionale-zorgaanpak-astma-en-copd/

Podcast: ‘Onzichtbaar maar bepalend: stoffen op het werk’
Geplaatst op: april 7, 2025

Voor veel bakkers is de geur van versgebakken brood een dagelijkse metgezel. Maar achter deze ogenschijnlijke idylle schuilt een verborgen gezondheidsrisico. Net als voor veel andere natuurlijke stoffen, kunnen bakkers allergisch beroepsastma ontwikkelen door hoge blootstelling aan meelstof. Helaas wordt de relatie tussen gezondheidsklachten en werk vaak niet gelegd.
Het verhaal van een bakker die werd geconfronteerd met benauwdheidsklachten, onthult hoe onschuldig lijkende stoffen grote gevolgen kunnen hebben – soms zelfs het einde van een carrière betekenen. Hoe wordt deze aandoening opgespoord? De bakker vertelt: “De huisarts constateerde niks. ‘Je bent gewoon benauwd geweest. Paniek misschien’. Via de bakkerijsector ben ik doorverwezen naar het NKAL en toen was het binnen een week duidelijk dat ik allergisch beroepsastma heb en mijn werk als bakker niet kan blijven doen.” Het Nederlands Kenniscentrum Arbeid en Longaandoeningen (NKAL) is één van de gespecialiseerde klinieken waar naartoe kan worden doorverwezen om de relatie tussen stoffen en werk verder te onderzoeken.

Podcastserie
De derde en laatste aflevering van de podcastserie “Casuïstiek arbocuratieve samenwerking – Verbeter de zorg voor je patiënten” bestaat uit een gesprek met longarts Verheijen, een arbeidshygiënist van het NKAL en een bakker met allergisch beroepsastma. Duidelijk wordt hoe de specialistische kennis van een arbodeskundige, in dit geval een arbeidshygiënist, bijdraagt aan de juiste diagnose, maar ook belangrijk is om nieuwe slachtoffers te voorkomen. De derde aflevering ‘Onzichtbaar maar bepalend: stoffen op het werk’ is hier te beluisteren:
• Spotify
• Apple Podcasts
Arbozorg
In Nederland zijn de medische zorg en arbozorg vaak nog twee verschillende werelden, terwijl mentale en fysieke klachten, maar ook allergieën kunnen worden veroorzaakt of verergerd door het werk. En andersom kan ziekte invloed hebben op het functioneren in werk. De zorg voor patiënten en daarmee ook het welzijn van patiënten kan aanzienlijk verbeteren als die link tussen zorg en werk wordt gelegd. In de 3-delige podcastserie “Casuïstiek arbocuratieve samenwerking – Verbeter de zorg voor je patiënten” laten we aan de hand van concrete voorbeelden zien wat die samenwerking kan opleveren en hoe je dat voor elkaar krijgt. De podcastserie is een initiatief van het Platform Arbeidsgerelateerde Zorg, dat wordt gecoördineerd door het RIVM in opdracht van het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid. Deze podcastserie is mogelijk gemaakt met financiering van ZonMW.
Bron: RIVM, Centrum Preventie, Leefstijl en Gezondheid
Meer informatie over werkgerelateerde longziekten: project Werk en Longen
Prevalentie van stikangst: bevindingen uit de flashmob studie
Geplaatst op: april 3, 2025

In PulmoScript 2025-nr. 1 is een artikel opgenomen over stikangst van longarts Kris Mooren en Els Verschuur, Long Alliantie Nederland. Angst om te stikken komt regelmatig voor bij mensen met ernstig COPD. In september hebben 30 ziekenhuizen deelgenomen aan een flashmob studie, het artikel bespreekt de resultaten hiervan.

Stikangst heeft veel impact en in het geval van COPD kan stikangst een vicieuze cirkel van dyspneu-angst-dyspneu in de hand werken. Uit praktijkervaring, en deels ook uit (kwalitatief) onderzoek, is bekend dat stikangst ook voorkomt bij mensen met longkanker, astma en interstitiële longziekten (ILD). Wat precies de prevalentie van stikangst is onder mensen met chronische longaandoeningen en longkanker is onbekend.
Spreekkamer
In de spreekkamer wordt weinig over stikangst gesproken. Een mogelijke reden, vanuit patiëntperspectief, is dat het een existentiële angst is: het is te bedreigend voor mensen om hierover te spreken. Vanuit het zorgverlenersperspectief wordt niet altijd aan stikangst gedacht, omdat het voor ons evident is dat letterlijk stikken aan een longziekte zeldzaam is. Daarbij is het een onderwerp dat we wellicht niet graag aankaarten, omdat we niet goed weten wat we moeten zeggen. Ben ik wel de juiste persoon om dit gesprek aan te gaan? Ik weet niet hoe deze persoon gaat overlijden, ga ik niet een valse geruststelling geven?
Flashmob studie
Om zicht te krijgen op de prevalentie van stikangst bij mensen met chronische longaandoeningen werd op donderdag 19 september jl. een flashmob studie uitgevoerd. De ‘data-collectors’ waren longverpleegkundigen, longartsen (in opleiding), verpleegkundig specialisten en physician assistants. De te includeren patiënten waren opgenomen voor de longziekten op die dag, met de diagnose astma, COPD, ILD of longkanker.
In totaal hebben 30 ziekenhuizen geparticipeerd. Lees in het artikel de uitspraken van patiënten, quotes van de data collectors en de beschouwing.
Download het PulmoScript-artikel over Stikangst
Bekijk het PulmoScript magazine op de NVALT-site
Auteurs:
Kris Mooren, longarts en consulent palliatieve zorg
Els M.L. Verschuur, senior projectleider Palliatieve zorg bij COPD, Long Alliantie Nederland. Meer informatie via verschuur@longalliantie.nl
Het programma Compassion van de Long Alliantie Nederland heeft als doel palliatieve zorg voor mensen met COPD en hun naasten te verbeteren. In de afgelopen jaren hebben vele samenwerkingspartners bijgedragen aan het ontwikkelen van handvatten voor zorgverleners en hulpmiddelen voor patiënten om zo bij de behoeften van de praktijk aan te sluiten. Kijk voor de materialen in de online toolbox: www.palliatievezorgcopd.nl
Volg het Webinar ‘Omgaan met astma, hoe doe je dat?’ op 6 mei, Wereld Astma Dag
Geplaatst op: april 3, 2025

Astma is voor iedereen anders en er is geen kant en klare oplossing hoe je met je astma om kan gaan. Toch lopen veel mensen met astma tegen dezelfde uitdagingen aan. Hoe vind je de juiste balans? Wat kun je zelf doen om je leven met astma zo aangenaam mogelijk te maken? En hoe blijf je mentaal gezond?
Accepteren wat niet meer lukt en zoeken naar mogelijkheden wat nog wel kan. Keuzes maken, omgaan met je energie en werken aan een gezonde leefstijl, dat zijn de centrale onderwerpen van dit webinar.
Dit gratis webinar wordt georganiseerd door astmaVereniging Nederland en Davos (VND) en Longfonds, in samenwerking met de NVALT en Long Alliantie Nederland.

Voor wie
Dit webinar is gericht op mensen met astma en hun naasten, en op zorgprofessionals die hen begeleiden. Attendeer mensen met astma op dit webinar.
Wanneer
Het webinar wordt gehouden op Wereld Astma Dag, dinsdag 6 mei 2025 van 19.30 tot ca. 20.30 uur.
Aanmelden
Meld je vooraf aan via www.wereldastmadagwebinar.nl. In de week voorafgaand aan het webinar ontvang je een link waarmee je het webinar kunt volgen. Iedereen kan het webinar gratis volgen.
Sprekers
Debby van den Bogaert, longarts Flevoziekenhuis
Remco Blok, ergotherapeut, Merem Medische Revalidatie
Iris Nieuwstraten, ervaringsdeskundige
Maurice Simmerok, ervaringsdeskundige
Host: Pieter-Paul Hekking, longarts, Franciscus Gasthuis en Vlietland
Het is mogelijk om mee te praten door vooraf of tijdens het webinar via de chat vragen te stellen.
Samenwerking
Dit webinar wordt georganiseerd door astmaVereniging Nederland en Davos (VND) en Longfonds, in samenwerking met de NVALT en Long Alliantie Nederland.
Meer informatie info@longalliantie.nl.
Herziene versie: Landelijk kader regionale formularia inhalatiemedicatie
Geplaatst op: april 1, 2025

De Long Alliantie Nederland heeft in 2018 een landelijk kader ontwikkeld ter ondersteuning van regio’s bij het opstellen van een regionaal formularium voor inhalatiemedicatie. Nu is van deze leidraad een vernieuwde versie beschikbaar die aansluit bij recente ontwikkelingen in de zorg.

Het regionaal formularium heeft als kerndoel uniformiteit te creëren in de benadering van inhalatiemedicatie door zorgverleners in alle zorglijnen. Een formularium biedt een beknopte samenvatting van medicamenteuze adviezen bij specifieke aandoeningen of indicaties. Het dient als ondersteuning voor (huis)artsen bij het maken van therapiekeuzes. Het ultieme streven is een bijdrage aan effectieve, continue, veilige en betaalbare zorg die tevredenheid biedt aan zowel patiënten als zorgverleners.
Download Landelijk kader regionale formularia inhalatiemedicatie
Herziene leidraad
De belangrijkste aanpassingen in het herziene document zijn de harmonisatie met:
- De werkafspraken zoals vastgelegd in het addendum ‘Verantwoord wisselen inhalatiemedicatie’ uit 2023. Dit addendum beschrijft de onderlinge afspraken over het omgaan met medicatiewisselingen, waaraan alle betrokken organisaties zich hebben gecommitteerd (Patiëntenfederatie Nederland, Longfonds, NVALT, NHG, LHV, KNMP en ZN).
- Het LANdelijk Zorgpad Inhalatiemedicatie uit 2019, dat de kwalitatieve aspecten van (medicamenteuze) zorg voor patiënten met astma en COPD omschrijft. Dit zorgpad beoogt de therapietrouw te verbeteren en daarmee een hogere kwaliteit van leven te realiseren. Hierbij is samenwerking tussen alle betrokken zorgverleners – apotheek, huisartsenpraktijk, ziekenhuis én de patiënt – essentieel.
- Het landelijk kader regionale formularia verwijst ook naar de nieuwe leidraad inzake klimaatbewust voorschrijven. Op initiatief van Zorginstituut Nederland is een leidraad geschreven om klimaatbewust inhalatiemedicatie voor te schrijven aan mensen met astma en COPD. Deze leidraad geeft voorschrijvers en patiënten houvast bij het kiezen van inhalatiemedicatie die beter voor het klimaat is. Meer over leidraad klimaatbewust voorschrijven inhalatiemedicatie
In de herziene leidraad is o.a. specifiek aandacht besteed aan de doelgroep waarvoor het formularium geldt, met duidelijke richtlijnen om reeds goed ingestelde patiënten niet onnodig te verstoren. Ook is er meer aandacht voor de noodzakelijke samenwerkingsafspraken die een formularium ondersteunen. Deze werkafspraken zijn doorgaans niet in het formularium zelf opgenomen, maar maken deel uit van een bijbehorend regionaal zorgpad. Daarbij wordt nadrukkelijk ingegaan op scholingsbehoeften en het maken van regionale samenwerkingsafspraken betreffende preferentiebeleid, medicatietekorten en essentiële (herhalings)instructiemomenten.
Betrokken partijen
De herziening van het landelijk kader stond onder regie van de LAN, NHG en KNMP. Het proces volgde een zorgvuldige aanpak waarbij eerst de benodigde aanpassingen werden geïnventariseerd door de multidisciplinaire overleggroep betrokken bij het addendum van de leidraad Verantwoord Wisselen, waaronder Longfonds, Patiëntfederatie Nederland, NVALT, NHG, LHV, KNMP en ZN.
Na verwerking van een schriftelijke commentaarronde via de oorspronkelijke partijen uit 2018 (KNMP, NVK SKL, NVLA, NVALT, CAHAG, IMIS, V&VN Longverpleegkundigen, astmaVereniging Nederland en Davos (VND), LAN en Longfonds) werd de herziene leidraad formeel vastgesteld door de Long Alliantie Nederland.
Voor meer informatie: Lidewij Sekhuis, senior projectleider Long Alliantie Nederland, sekhuis@longalliantie.nl