Voetnoot Rutger Haandrikman: Het kantelpunt voorbij

Geplaatst op: juni 11, 2025

We kwamen samen in Amersfoort. Als één krachtige coalitie met een helder doel voor ogen: betere longzorg in Nederland. Wat we samen bij de Long Alliantie hebben opgebouwd is uniek en van blijvende waarde – een netwerk dat grenzen doorbreekt waar versnippering anders zou heersen.

De wereld staat niet stil en de zorg verandert in hoog tempo. Dus wij bewegen mee. We brengen nu focus aan in onze agenda omdat een sterke positie vraagt om duidelijke keuzes die ons effectiever maken in alles wat we doen.

Dit vraagt om gezamenlijke inzet en een gedeelde verantwoordelijkheid voor het fundament waarop onze toekomst rust, niet alleen vandaag maar ook morgen. We bouwen op wat werkt. We pakken nieuwe thema’s aan. We voeren organisatorische en financiële verbeteringen door. Zo blijven we effectief en duurzaam.
De longzorg van morgen vereist nog sterkere verbindingen én inhoudelijke scherpte die alleen tot stand komen met jullie blijvende betrokkenheid en expertise.

Dank aan allen die deelnamen aan de strategische sessies. Jullie zijn onmisbaar voor de toekomst van longzorg in Nederland.

Rutger Haandrikman

Reageren kan via haandrikman@longalliantie.nl

Lees meer

Lees het in THE LANZET: ‘Leden Long Alliantie zetten de agenda’

Geplaatst op: juni 11, 2025

Op 7 mei 2025 troffen de leden van de Long Alliantie Nederland elkaar in Amersfoort om in gesprek te gaan over de toekomstige koers van de alliantie. Het verslag van deze dag staat in THE LANZET.

De Strategische Werksessie van de Long Alliantie Nederland op 7 mei in Amersfoort begon met een schets van actuele maatschappelijke en sector-gerelateerde ontwikkelingen door voorzitter Marian Kaljouw en de eerste presentatie van directeur Rutger Haandrikman van de strategische hoofdlijnen. Het programma ging verder volgens de formule van het World Café waarbij de deelnemers in groepssessies de belangrijkste agenda-onderwerpen voor de komende jaren gezamenlijk hebben verkend.

De World Café-sessies zelf vormden het levende bewijs van de kracht van verbinding. Aan tafel zaten huisartsen, longartsen, verpleegkundig specialisten, apothekers, longfunctieanalisten, patiëntenvertegenwoordigers, onderzoekers, medische bedrijven en andere sector-specialisten.

In de vaak verkokerde zorgwereld neemt de Long Alliantie een unieke positie in door iedereen met elkaar te verbinden. Het enthousiasme voor concrete samenwerkingsverbanden was voelbaar. “Door samen te werken kunnen we veel meer bereiken dan ieder apart,” was de gedeelde mening in dit gezelschap.

Lees alles over deze dag in THE LANZET 1-2025. Wilt u ook een exemplaar ontvangen? Stuur een mail naar info@longalliantie.nl.

Lees meer

Verslag bijeenkomst ‘Vooruit met Vaccineren’ tijdens Europese Immunisatieweek

Geplaatst op: juni 10, 2025

‘Het is belangrijk dat we allemaal met dezelfde mond praten over het belang van vaccinaties tegen infectieziekten’, zegt Ted van Essen, voorzitter van
de Nederlandse Immunisatiestichting aan het begin van de bijeenkomst Vooruit met Vaccineren op 24 april in Nieuwspoort, Den Haag.

Nederland loopt achter op andere Europese landen als het gaat om vaccinaties voor volwassenen. De besluitvorming over investeringen in en de introductie van nieuwe vaccins verloopt traag. ‘Vooral kwetsbare groepen – zoals ouderen en mensen met een chronische aandoening – lopen onnodige risico’s op infectieziekten met mogelijk ernstige complicaties.’

De Long Alliantie Nederland maakt deel uit van een brede coalitie van zorgprofessionals, brancheorganisaties, patiënten- en ouderenorganisaties die de overheid oproept om het vaccineren te versnellen. De actie Vooruit met Vaccineren moet tijdens de Europese Immunisatieweek de overheid duidelijk maken dat er haast geboden is en zij in gesprek moet gaan met de coalitiepartners om het vaccinatiebeleid voor volwassenen vlot te trekken.

De bijeenkomst maakte één ding duidelijk: een volwassen vaccinatieprogramma vraagt om visie, samenwerking en doorzettingsvermogen. Bekijk hier het verslag van de bijeenkomst Vooruit met Vaccineren.

Aan het programma namen deel:

  • Margriet Schneider (dagvoorzitter), voorzitter Samenwerking Infectieziekten
  • Ted van Essen, Nederlandse Immunisatiestichting (NIS)
  • Jurriaan Penders, voorzitter KNMG (videoboodschap)
  • Gwen Soete, Directie Infectieziektebeleid VWS
  • Robine Hofman, Wetenschappelijk secretaris Gezondheidsraad
  • Julianne van der Berg, Senior wetenschappelijk secretaris en coördinator cluster Screening & Vaccinaties, Gezondheidsraad, Advies RSV vaccinatie bij volwassenen
  • Leo Bisschops, woordvoerder namens Senioren Netwerk Nederland en voorzitter Senioren Brabant-Zeeland (voorheen KBO Brabant)
  • Chantal Tesson, voorzitter Stichting Pijn na Gordelroos
  • Jade Pattyn, Project coordinator Adult Immunization Board, Volwassenen Vaccinatie in Europa
  • Putri Hintaran, voorzitter NVIB, Verwachtingen vaccineren medische professionals
  • Dr. Susanne Huijts, Longarts Maxima MC, Long Alliantie Nederland, over de ontwikkeling van de nieuwe leidraad vaccinaties voor chronische longpatiënten (verschijnt 25 september)

Meer over de Leidraad vaccinaties bij chronische longziekte

Lees meer

Terugblik op platform voor kennisuitwisseling post-COVID zorg

Geplaatst op: mei 12, 2025

C-support en de Long Alliantie Nederland (LAN) kregen in 2022 subsidie van ZonMw voor de oprichting van een platform, dit werd ‘Kennisuitwisseling COVID-19 herstel- en nazorg’. Het betrof een tijdelijke voorziening om zorgverleners, onderzoekers en andere betrokkenen met elkaar te verbinden en op de hoogte te houden van nieuwe ontwikkelingen. Dit platform is twee jaar lang actief geweest. Het platform heeft aangetoond dat samenwerking en kennisdeling essentieel zijn in de post-COVID zorg en het biedt waardevolle lessen voor het verbeteren van zorgstructuren in de toekomst.

Betere samenwerking en kennisdeling

De bijeenkomsten stonden in het teken van kennisdeling, het gezamenlijk in kaart brengen van knelpunten in de zorg en het afstemmen van activiteiten. Dit platform heeft bijgedragen aan een betere samenwerking tussen de betrokken organisaties, wat indirect de ondersteuning van mensen met post-COVID klachten ten goede kwam. Het platform was vooral bedoeld om kennis te delen en een netwerk te creëren door ontmoeting. Het had een tijdelijk karakter, omdat deze functie van kennisuitwisseling uiteindelijk ingebed moest worden in de bestaande zorgstructuren en netwerken.

Evaluatie rol platform

Het platform is na twee jaar opgeheven. Dit door de beëindiging van de subsidie, die vooraf bekend was, en de natuurlijke overname van haar functie door andere platformen, zoals het PCNN. Het is na deze twee jaar geëvalueerd en blijkt in een dynamisch zorglandschap een belangrijke verbindende rol te hebben gespeeld. In een periode waarin richtlijnen snel verouderden en er nog geen goed netwerk was voor post-COVID zorg, heeft het platform veel waarde gehad. Gedurende de twee jaar werden er twaalf bijeenkomsten georganiseerd, met 51 deelnemende organisaties. Veel verschillende thema’s werden besproken, van zorgvragen tot praktische knelpunten.

Er waren ook enkele beperkingen. Het platform had geen mandaat, wat zorgde voor een zekere vrijblijvendheid voor de deelnemende organisaties. Het verspreiden van de informatie naar de achterban was niet altijd vanzelfsprekend en vormt een belangrijk aandachtspunt voor de toekomst. Ondanks deze beperkingen, was het opzetten van een tijdelijk platform in een periode van onzekerheid en snelle veranderingen een waardevolle ervaring, die ook in de toekomst als voorbeeld kan dienen bij het omgaan met nieuwe en onbekende zorgbehoeften.

Meer informatie

Doorontwikkelagenda COVID-19 herstel- en nazorg

Website C-support

Lees meer

Van wie leer je goed inhaleren? De onmisbare instructie bij inhalatiemedicatie

Geplaatst op: mei 5, 2025

Zorgpaden en leidraden maken er steevast melding van: bij het voorschrijven van inhalatiemedicatie is het essentieel dat de patiënt ook leert om de betreffende puffer goed te gebruiken. Walter van Litsenburg, verpleegkundig specialist astma/COPD en IMIS-bestuurslid, kan het niet vaak genoeg benadrukken. Van wie krijgt de patiënt de instructies? Zonder scholing van de zorgverleners en duidelijke werkafspraken gaat het mis. ‘Er is nog een wereld te winnen.’

Interview met Walter van Litsenburg, verpleegkundig specialist astma/COPD en IMIS-bestuurslid

Dat patiënten hun luchtwegmedicatie goed binnenkrijgen, is het einddoel voor stichting IMIS, de ‘Inhalatie Medicatie Instructie School’. In Nederland gebruiken wel 1,4 miljoen mensen een puffer. De meeste inhalatorgebruikers maken essentiële fouten bij het innemen van de medicatie – maar liefst 70 procent. Goed inhaleren is een vaardigheid, die je moet aanleren. Van Litsenburg is algemeen bestuurslid en IMIS-trainer voor de regio Eindhoven, Helmond, Weert. IMIS organiseert en geeft scholing aan multidisciplinaire teams – van huisartsen en praktijkondersteuners, apothekers en apothekersassistenten, longartsen en longverpleegkundigen, en verpleegkundigen van de verpleegafdeling en de thuiszorg – zodat de patiënt de begeleiding krijgt die nodig is voor juist gebruik van de luchtwegmedicatie.

Scholing zorgprofessional

Scholing is in de eerste plaats gericht op technische instructie, er zijn veel verschillende typen inhalatoren, met wezenlijk andere gebruiksaanwijzingen. Vervolgens gaat scholing ook over het maken van werkafspraken in de regio: hoe sluit je mooi op elkaar aan – wie geeft de (herhaalde) inhalatie-instructie aan de patiënt, wie doet de monitoring, de jaarlijkse opvolging.

Van Litsenburg pakt het recent herziene formularium inhalatiemedicatie voor zijn regio erbij. Er staan duidelijke afspraken op voor de ziekenhuizen, huisartspraktijken, verpleeghuizen en apothekers. Het formularium bevat een beperkte keuze van inhalatoren, wat het ook eenvoudiger maakt om instructies te geven. Daarbij is er overeengekomen dat zorgverleners elke 3 jaar een IMIS-training volgen.

Slordig gebruik

Waarom gaat het fout met inhaleren? Inhaleren van medicijnen is een vaardigheid die de patiënt onder de knie moet krijgen. Hiervoor is bij een nieuwe inhalator drie keer instructie nodig in de eerste drie maanden. Samenwerking en afstemming tussen de verschillende zorgverleners die deze instructies geven is essentieel. Als mensen al langer een inhalator gebruiken, wordt de vaardigheid vaak slordiger, hiervoor is jaarlijkse herhaling nodig van de instructie. Belangrijk is dat de zorgverleners worden gefaciliteerd om een goede instructie te geven qua kennis, tijd, materialen, samenwerking en didactische vaardigheden. IMIS geeft scholingen die voldoen aan deze voorwaarden. Borging van deze scholingen is een belangrijke voorwaarde voor een beter gebruik van inhalatiemedicatie door de mensen met longaandoeningen.

Samenwerking

Door de Long Alliantie Nederland (LAN) is in samenwerking met IMIS al een hele basis gelegd. Zo is het platform Inhalatorgebruik.nl neergezet, met eenduidige protocollen en video-instructies voor alle inhalatortypen. Er is samen opgetrokken in het Zorgpad Inhalatiemedicatie, scholingen zijn uitgebreid en behandelen naast de techniek, ook de didactiek en de afstemming in de regio. Een complete toolkit staat op Goedinhaleren.nl. Met CME-Online is er een e-learning ontwikkeld over therapietrouw bij inhalatiemedicatie.

Goede en herhaalde instructie voor patiënten over het juist gebruik van hun inhalator is van wezenlijk belang. En dat valt of staat met het scholen en faciliteren van de zorgprofessional. IMIS is een onafhankelijke stichting die op verzoek overal in Nederland, aan zorgverleners, scholingen geeft over inhalatietechniek, inhalatie-instructie en samenwerking in de regio. Er wordt gewerkt aan (financiële) borging van deze scholingen waardoor een beter gebruik van inhalatiemedicatie leidt tot een betere kwaliteit van leven voor mensen met longaandoeningen.

Meer informatie via Lidewij Sekhuis, senior projectleider, sekhuis@longalliantie.nl.

Verder lezen

Lees meer

Wereld Astma Dag 2025, op 6 mei

Geplaatst op: mei 5, 2025

Het thema van Wereld Astma Dag 2025, georganiseerd door de Global Initiative for Asthma (GINA), is ‘Maak inhalatiemedicatie toegankelijk voor iedereen’. Dit thema benadrukt het belang van de beschikbaarheid en betaalbaarheid van inhalatiemedicatie, die vaak essentieel is om astma te beheersen en aanvallen te behandelen. Samen streven we naar een wereld waarin iedereen met astma toegang heeft tot de noodzakelijke behandelingen.

Het thema van dit jaar roept zorgverleners, bedrijven en beleidsmakers wereldwijd op om samen te werken aan het verbeteren van de beschikbaarheid en de betaalbaarheid van inhalatiemedicatie. Inhalatiemedicatie helpt om ontstekingen in de luchtwegen te verminderen en ernstige astma-aanvallen te voorkomen. Betere behandeling voor mensen met astma leidt tot minder ziekenhuisopnames en sterfgevallen en een betere kwaliteit van leven.

Programma’s rond inhalatiemedicatie

De Long Alliantie Nederland onderstreept het belang van inhalatiemedicatie doorlopend met haar programma’s, waaronder de website inhalatorgebruik.nl, het Zorgpad Inhalatiemedicatie met de online toolbox goedinhaleren.nl, het landelijk kader regionale formularia inhalatiemedicatie (recent herziene versie) en bijdragen aan scholingen en trainingen.

Samen met Stichting IMIS werkt de Long Alliantie Nederland vooral aan de toegankelijkheid van de juiste instructie bij inhalatiemedicatie. Scholing van zorgverleners en goede werkafspraken zijn daarbij onontbeerlijk.

Er is een Webinar op 6 mei voor mensen met astma, waarin omgaan met astma in het algemeen centraal staat.

Lees meer

Nederland loopt achter met vaccinaties voor volwassenen – coalitie eist versnelling

Geplaatst op: april 28, 2025

Nederland loopt achter op andere Europese landen als het gaat om vaccinaties voor volwassenen. De overheid is te traag met besluitvorming over investeringen en implementatie van vaccins. Daardoor lopen vooral kwetsbare groepen, zoals ouderen en mensen met een chronische aandoening, onnodige risico’s op infectieziekten met mogelijk ernstige complicaties.

Een brede coalitie van zorgprofessionals, patiënten- en ouderenorganisaties roept nu de overheid op om het vaccineren te versnellen. Aan de start van de Europese Immunisatieweek op 28 april, publiceren we gezamenlijk een pamflet: Vooruit met Vaccineren. Dit moet de overheid duidelijk maken dat er haast geboden is en zij in gesprek moeten gaan met de coalitiepartners om het vaccinatiebeleid voor volwassenen vlot te trekken.

Rutger Haandrikman, directeur Long Alliantie Nederland: “Preventie is geen luxe, maar noodzakelijke zorg. Dat we in Nederland in 2025 nog steeds discussiëren over de waarde van vaccinatieprogramma’s voor volwassenen is bijna niet te bevatten. De feiten spreken voor zich: vaccinatie beschermt, voorkomt leed en bespaart kosten. Toch blijft Nederland achter bij onze buurlanden. Het patroon is bekend: eerst jarenlang debatteren over budgetten, terwijl kwetsbare groepen intussen aan hun lot worden overgelaten. Vooral voor longpatiënten zijn infecties vaak geen klein ongemak, maar een serieuze bedreiging. De coalitie ‘Vooruit met Vaccineren’ toont aan dat het anders kan. Geen versplintering, maar samenwerking tussen patiënten, professionals en bedrijven. Nu is het zaak dat politiek, beleidsmakers en verzekeraars hun verantwoordelijkheid nemen. Want wie nu nog kiest voor de goedkoopste oplossing, zal later de rekening dubbel en dwars betalen. In euro’s én in mensenlevens.”

Kwetsbare groepen

Belangrijkste argumenten van de coalitiepartners om het vaccineren van volwassenen te versnellen zijn de gezondheidsrisico’s voor de hele bevolking, maar met name de kwetsbare groepen. “Vaccineren is een bewezen effectief en veilig middel om ziekte en sterfte te voorkomen. Waarom wachten als we nu al bescherming kunnen bieden? Een infectieziekte kan niet alleen leiden tot lange ziekteperiodes, maar ook tot uitval op het werk en hogere druk op de zorg,” aldus Ted van Essen, voorzitter Nederlandse Immunisatie Stichting.

Snel handelen

“Vaccineren doe je niet alleen voor jezelf, maar voor elkaar. Elke vaccinatie draagt bij aan de bescherming van kwetsbaren en voorkomt dat ernstige infectieziekten terugkeren. Als artsen zien wij dagelijks hoe belangrijk het is dat iedereen die kan, bijdraagt aan deze collectieve bescherming—zo blijven óók degenen die niet gevaccineerd kunnen worden veilig, én beschermen we mensen die in hun werk, zoals in de zorg, risico lopen. Daarom is het essentieel dat de overheid nu snel handelt om vaccins breed toegankelijk te maken,” legt Sylvia van der Burg, lid Federatiebestuur KNMG, uit.

Onwaardig

In andere Europese landen zoals Duitsland en het Verenigd Koninkrijk zijn vaccinatieprogramma’s voor volwassenen reeds in volle gang. “Het is een land als het onze onwaardig en niet te rechtvaardigen dat kwetsbare groepen, zoals ouderen en mensen met een chronische aandoening, langer moeten wachten op essentiële vaccins die hen kunnen beschermen tegen ernstige infecties als complicatie,” stelt Margriet Schneider, voorzitter Samenwerking Infectieziekten.

Coalitie

De coalitie bestaat uit artsenfederatie KNMG, apothekersorganisatie KNMP, Verpleegkundigen & Verzorgenden Nederland, Beroepsvereniging van en voor Physician Assistants, Nederlandse Vereniging voor Doktersassistenten, Nederlandse Vereniging voor Praktijkondersteuners, Nederlandse Vereniging voor Infectieziektebestrijding, Long Alliantie Nederland, Stichting Nationaal Netwerk Inclusieve Zorg, ActiZ, Samenwerking Infectieziekten, Nederlandse Immunisatie Stichting, Aidsfonds, Longfonds, Stichting voor Afweerstoornissen, Stichting Pijn na Gordelroos, ANBO-PCOB, Senioren Netwerk Nederland en Senioren Brabant-Zeeland.

Oproep aan de overheid
Met het pamflet vraagt de coalitie de overheid om:

  • Een versnelling in de besluitvorming rondom vaccinatieprogramma’s voor volwassenen.
  • Structurele financiering voor volwassenenvaccinatie, vergelijkbaar met het
    Rijksvaccinatieprogramma voor kinderen.
  • Gerichte acties en activiteiten mogelijk maken om de vaccinatiebereidheid onder
    risicogroepen te verhogen.
  • Vaccinatie dicht bij huis mogelijk maken.

Lees meer op: vooruitmetvaccineren.nu

Lees meer

Veelgestelde vragen over inhalatoren en het klimaat

Geplaatst op: april 9, 2025

Vandaag is de ‘Transmurale leidraad klimaatbewust voorschrijven van inhalatiemedicatie’ verschenen. Er zijn daarna verschillende mediaberichten verschenen over de milieu-impact van inhalatoren. Hierbij geven wij antwoord op veelgestelde vragen naar aanleiding van deze berichtgeving.

Naar aanleiding van de Leidraad klimaatbewust voorschrijven van inhalatiemedicatie en berichtgeving in de media kunnen aanvullende vragen binnenkomen bij zorgverleners. Daarom hebben we, als Long Alliantie Nederland, in nauwe afstemming met de beroepsgroepen de volgende Q&A opgesteld met antwoord op veelgestelde vragen.

Welke inhalatoren bevatten drijfgassen?
Dit zijn de inhalatoren bij welke je middels het drukken op de bovenkant van het spuitbusje een dosis “afvuurt”, er komt dan een spray uit. Vaak gebruik je die in combinatie met een voorzetkamer. Let op: Er zijn ook “soft mist” inhalatoren (Respimat©), daar komt ook een wolkje uit via het drukken op een knop, maar dat is geen drijfgas.

Waarom bevatten sommige inhalatoren drijfgassen?
Deze drijfgassen zijn essentieel om de medicijndeeltjes diep in de longen te brengen bij dit type inhalatoren en zorgen dus voor een effectieve werking van het medicijn.

Dragen inhalatoren met de huidige drijfgassen bij aan het broeikaseffect/ opwarming van de aarde?
Ja, de huidig gebruikte drijfgassen zijn sterke broeikasgassen. Ze zijn 1500 (HFA-134a) tot 3000 keer (HFA-227ea) potenter dan CO2. Gemiddeld jaarlijks gebruik van een inhalator met deze drijfgassen door 1 patiënt (HFA-134a en zelfs in meerdere mate HFA-227), komt grofweg overeen met een autorit van Amsterdam naar Parijs. Gelukkig gaat het gezien de kleine hoeveelheden drijfgas per inhalator in totaal om een kleine bijdrage van 10-36 kg CO2 equivalent per inhaler (zo’n 0.08% van de totale CO2 uitstoot van Nederland). Ter vergelijking: een dag ziekenhuisopname zorgt voor zo’n 70-100 kg CO2.

Gezien die kleine bijdrage, waarom dan toch een Leidraad?
Als beroepsverenigingen (CAHAG, KNMP, NVALT, NHG, NVK) en patiëntenvereniging (Longfonds) vinden we het behouden van een gezonde leefomgeving prioriteit en dus is het belangrijk om duurzame keuzes te maken. In totaal draagt de zorg 7% bij aan CO2 uitstoot en medicatie is daar een onderdeel van. Voor veel patiënten (ca. 70-80%) is er m.b.t. inhalatoren een klimaatvriendelijker alternatief. De ‘Leidraad klimaatvriendelijk voorschrijven inhalatiemedicatie’ geeft handvatten aan zorgprofessionals om een duurzame keuze te maken voor een inhalator, waarbij de kwaliteit van zorg gewaarborgd blijft.

Wat zijn klimaatvriendelijke alternatieven?
Momenteel zijn dat droogpoeder inhalatoren en soft mist inhalatoren. Vanaf eind 2025 zijn er naar verwachting ook inhalatoren met klimaatvriendelijker drijfgas (HFO-1234ze en HFA-152a) beschikbaar. Deze hebben een veel kleinere impact op het broeikaseffect (vergelijkbaar met de droogpoeder inhalatoren). [Aanvulling van de redactie: Eind 2025 is de eerste inhalator met klimaatvriendelijker drijfgas (Trixeo Aerosphere©) op de markt gekomen.]

Werken die klimaatvriendelijke alternatieven even goed?
In principe werken klimaatvriendelijke alternatieven even goed, mits aan een aantal voorwaarden wordt voldaan. De keuze voor een inhalator moet altijd in samenspraak met de patiënt zijn en het is essentieel dat een inhalator op de juiste manier gebruikt wordt (inhalatietechniek). In de Leidraad worden criteria benoemd waaraan voldaan moet worden bij keuze voor een droogpoeder inhalator, namelijk ‘bewuste inhalatie mogelijk’, ‘voldoende kunnen uitademen’ en ‘adem 10 seconden kunnen vasthouden’. Als hieraan voldaan wordt werken droogpoeder inhalatoren evengoed als drijfgas inhalatoren.

Moet ik patiënten actief betrekken en begeleiden indien ik een klimaatvriendelijke inhalator wil voorschrijven?
Ja, dit wordt ten zeerste aangeraden in de Leidraad. Zonder overleg wisselen, kan voor verminderd vertrouwen in de inhalator zorgen en onjuist gebruik. Veel patiënten staan hier voor open mits effectiviteit en bijwerkingen niet anders zijn. Voor informatie over juist gebruik van inhalatoren kunt u terecht op www.inhalatorgebruik.nl.

Wie kunnen een droogpoeder inhalator NIET gebruiken?
Dit zijn vooral jonge kinderen (vanaf 10-12 jaar hebben mensen pas een goede inhalatiekracht), mensen met een fysieke beperking, mensen die onvoldoende kunnen uitademen of niet 10 seconden hun adem kunnen vasthouden (dit is ook in acute situatie vaak het geval). Onvoldoende krachtig kunnen inademen is een aanvullend criterium voor afraden van gebruik van een droogpoeder inhalator met hoge weerstand, echter dan kan een droogpoeder inhalator met lage weerstand vaak wel. Zie stroomschema in Bijlage 1 en 2 van de Leidraad.

Kan ik nog meer doen om te vergroenen qua inhalatoren?
Jazeker, de Leidraad geeft een aantal groene tips, o.a.: investeer in een goede diagnose en preventie, controleer regelmatig de inhalatietechniek en therapietrouw, combineer indien mogelijk meerdere medicijnen in 1 inhalator, schrijf niet teveel inhalatoren ineens voor, laat inhalatoren terugbrengen naar de apotheek.

Zijn er ook alternatieve drijfgassen die klimaatvriendelijker zijn?
Ja, die zijn in ontwikkeling, er zijn er twee: HFA-152a en HFO-1234ze. De eerste inhalator met een klimaatvriendelijk drijfgas (HFO-1234ze) wordt nu door de Europese medicijnautoriteit (EMA) beoordeeld en komt naar verwachting tegen einde van het jaar op de markt. Deze heeft een minimale CO2 impact (vergelijkbaar met een droogpoeder inhalator). Er zullen er daarna meerdere volgen. Het vervangen van alle drijfgas inhalatoren zal nog enkele jaren duren is de verwachting.

Zit er ook PFAS in inhalatoren?
De huidig gebruikte drijfgassen (HFA-134a en HFA-227ea) vallen inderdaad onder de (brede) PFAS definitie, welke draait om het bevatten van een -CF3 of -CF2 groep, (waar zo’n 10.000 stoffen onder vallen) van de Europese Commissie.

Wat voor PFAS gaat het om?
De huidig gebruikte drijfgassen zijn volgens de definitie van de Europese Commissie PFAS, maar die worden snel afgebroken in trifluorazijnzuur (TFA). TFA is een ultra korte keten PFAS met een half-waarde tijd van 16-42 uur. Vergeleken met de lange keten PFAS (PFOA, PFOS, etc.) die een lange half-waarde tijd hebben van 1,5-25 jaar en een slechte naam hebben, is dit dus een relatief weinig persistente PFAS. Ze worden veel sneller afgebroken en zijn veel minder gevaarlijk. Het is dus van belang te benadrukken dat PFAS niet op één hoop te gooien zijn.

Zijn de PFAS in inhalatoren schadelijk voor de patiënt?
Nee, de PFAS in de drijfgassen (HFA-134a en HFA-227ea) van de huidige inhalatoren zijn niet direct schadelijk voor de mens bij gebruik van de inhalator, gezien je ze voor het grootste deel uitademt en de rest via de urine uit plast. Ze zullen dus niet opstapelen in het lichaam. We hebben al meer dan 30 jaar ervaring met deze drijfgassen die sinds de jaren 90 op de markt zijn en er zijn tot op heden geen signalen dat er serieuze gezondheidsschade is opgetreden in relatie tot het drijfgas.

Zijn de PFAS in inhalatoren schadelijk voor het milieu?
In het algemeen kunnen de drijfgassen uit inhalatoren die in de lucht komen wel schadelijk zijn voor het milieu wanneer ze worden omgezet in TFA. Ze kunnen bijvoorbeeld in drinkwater en planten ophopen. PFAS (waaronder TFA) komt uit allerlei industriële bronnen. PFAS (of eigenlijk TFA) uit inhalatoren zal daar echter slechts een minuscule fractie van bedragen, het merendeel komt uit drijfgassen gebruikt in airconditioning en koelkasten.

Zijn er inhalatoren zonder PFAS?
Ja, de droogpoeder inhalatoren en soft mist inhalatoren bevatten deze niet. Eén van de nieuwe drijfgassen (HFA-152a) valt helemaal niet onder de PFAS definitie, deze zal naar verwachting vanaf eind 2025 of in de loop van 2026 op de markt komen. Voor het andere nieuwe drijfgas (HFO-1234ze) is nog onduidelijk of het onder de PFAS-regulering van de Europese Commissie valt. Ook deze variant is niet schadelijk voor mensen bij gebruik van de inhalator.

Lees meer

Leidraad klimaatbewust voorschrijven van inhalatiemedicatie

Geplaatst op: april 9, 2025

Huisartsen, longartsen, kinderartsen en apothekers hebben samen met patiënten en zorgverzekeraars nagedacht over hoe inhalatiemedicatie groener kan, met minder uitstoot van broeikasgassen. Op initiatief van Zorginstituut Nederland hebben zij een leidraad geschreven om klimaatbewust inhalatiemedicatie voor te schrijven aan mensen met astma en COPD. Deze leidraad geeft voorschrijvers en patiënten houvast bij het kiezen van inhalatiemedicatie die beter voor het klimaat is.

Aanvullend: Naar aanleiding van deze leidraad en berichtgeving in de media kunnen aanvullende vragen binnenkomen bij zorgverleners. Daarom hebben we, als Long Alliantie Nederland, in nauwe afstemming met de beroepsgroepen een Q&A opgesteld met antwoord op veelgestelde vragen.

Deze leidraad komt voort uit het Passende zorg verbetertraject voor mensen met astma. In het ‘Verbetersignalement Astma’ is afgesproken om meer aandacht te hebben voor de negatieve effecten van inhalatoren op het klimaat.

Inhalatoren die beter zijn voor het klimaat

Er bestaan verschillende soorten inhalatoren: dosisaerosol inhalatoren, droog-poeder inhalatoren en soft-mist-inhalatoren. Als mensen met astma of COPD die goed gebruiken, werken ze allemaal even goed. Maar de huidige en meest gebruikte dosisaerosol-inhalatoren hebben een relatief grote CO2-voetafdruk. Dat komt doordat de momenteel gebruikte drijfgassen een groter broeikaseffect hebben dan CO2. Drijfgas zorgt ervoor dat de vloeistof als fijne deeltjes uit het mondstuk komt. Poederinhalatoren en soft-mistinhalatoren bevatten geen drijfgassen en stoten minder CO2 uit. Daardoor zijn ze beter voor het klimaat.

In de tussentijd wordt ook gewerkt aan minder klimaatbelastende drijfgassen. Deze zijn nu nog niet op de markt, maar zullen naar verwachting de komende jaren een ander klimaatvriendelijk alternatief vormen. [Aanvulling van de redactie: Eind 2025 is de eerste inhalator met klimaatvriendelijker drijfgas (Trixeo Aerosphere©) op de markt gekomen.]

Hulp bij het kiezen van de juiste inhalator

Deze praktische leidraad helpt voorschrijvers om samen met de patiënt een goede inhalator te kiezen die net zo goed werkt, maar met minder negatieve gevolgen voor het klimaat. Zo is passende zorg voor de patiënt ook passend voor het klimaat.

Betrokken partijen

COPD & Astma Huisartsen Advies Groep (CAHAG)
De Groene Longarts
Koninklijke Nederlandse Maatschappij ter bevordering van Pharmacie (KNMP)
Longfonds
Nederlands Huisartsen Genootschap (NHG)
Nederlandse Vereniging van Artsen voor Longziekten en Tuberculose (NVALT)
Nederlandse Vereniging voor Kindergeneeskunde (NVK)

Naar ‘Transmurale leidraad klimaatbewust voorschrijven van inhalatiemedicatie’ – Zorginstituut Nederland

Lees meer

Verbetering diagnostiek van astma en COPD: pilots in de regio

Geplaatst op: april 7, 2025

Door het ontbreken van een standaard diagnostische aanpak is er in Nederland veel praktijkvariatie in de zorg voor astma- en COPD-patiënten. Momenteel loopt er een pilot in drie regio’s voor het verbeteren van de zorgaanpak. Structurele samenwerking tussen de eerste en tweede lijn, heldere afspraken en betere afstemming met de patiënt vormen de basis. Hoogwaardige zorg begint met een standaardaanpak in de diagnostiek.

Is het astma of COPD? Of allebei? Of toch iets anders? En hoe komen we tot die diagnose? Uit onderzoek blijkt dat hier verrassend vaak variatie in zit. Op basis van lokale initiatieven in het land is in 2022 de pilot ‘Regionale zorgaanpak astma en COPD’ gestart. Het zoeken is naar optimale samenwerking, waarin de patiënt centraal staat en ook gestimuleerd wordt om zelf aan het roer te staan.

In Groningen is al tien jaar ervaring opgedaan met verbeterde diagnostiek van astma en COPD. Een van de initiatiefnemers van het project is prof. dr. Thys van der Molen, emeritus hoogleraar huisartsgeneeskunde Groningen. Van der Molen: “Bij de Astma-/COPD-dienst van de laboratoria CERTE en Star-shl is duidelijk geworden dat er grote behoefte bestaat aan eenduidige heldere diagnostiek en inspirerende follow-up met behulp van de ziektelastmeter, waarbij de longarts online meekijkt (n > 50.000). Dat wil je voor het hele land beschikbaar maken. Nu heeft elke regio zijn omstandigheden. Daarom is de pilot opgezet om zo flexibel mogelijk het idee van transparante en transmurale diagnostiek uit te proberen in verschillende praktijken en samenwerkingsverbanden.”

Drie pilotteams

Er zijn momenteel drie pilotteams die de regionale transmurale zorgaanpak testen. Met longfunctieonderzoek, een vragenlijst en eventueel observatie van de inhalatie op een herhaalbare en transparante manier wordt de diagnose gesteld door de huisarts, eventueel met hulp van de lokale longarts via internet.

Het voorgestelde zorgaanpakmodel bestaat uit een makkelijk te implementeren diagnostisch model en een set tools ter ondersteuning van de diagnostiek. De implementatie vindt plaats bij kleine en grotere regionale samenwerkingsverbanden en heeft als doel verschillende implementatievormen te testen en verder te ontwikkelen. Tools voor monitoring na de diagnose worden ontwikkeld op basis van de ziektelastmeter.

In de praktijk

Praktijkondersteuners hebben een belangrijke rol om de astma- en COPD-zorg regionaal beter te gaan organiseren. Een van de pilotdeelnemers en lid van de expertgroep is praktijkondersteuner Adrie Schaap-de Jong, van praktijk De Haven in IJmuiden. Zij vertelt: “Mijn ervaring als POH in de samenwerking omtrent de zorg voor astma- en COPD patiënten tussen eerste en tweede lijn, zijn positief. Deze pilot heeft laten zien dat er betere zorg mogelijk is, als je in de eerste en tweede lijn een modus vindt om dit goed op elkaar af te stemmen. De voorbereidingen van de expertgroep hebben geleid tot daadwerkelijke verbeteringen in die samenwerking, waardoor de kwaliteit van zorg voor de patiënt hoger is.”

Samenwerking

De pilot loopt onder regie van een landelijke expertgroep. Initiatiefnemers zijn prof. dr. Onno van Schayck, hoogleraar preventieve geneeskunde Maastricht en prof. dr. Thys van der Molen, Emeritus hoogleraar huisartsgeneeskunde Groningen. Aan de expertgroep nemen diverse zorgverleners deel. Ook de Long Alliantie Nederland en Longfonds nemen deel aan deze expertgroep.

Het project wordt mede mogelijk gemaakt door Chiesi Pharmaceuticals B.V. Het project ‘Regionale aanpak Astma & COPD’ wordt al enkele jaren gesteund vanuit een commitment aan hoogwaardige zorg en lange termijn impact voor de patiënt. Chiesi is bedrijfslid van de Long Alliantie Nederland.

Meer informatie regionale initiatieven: https://www.longaanval.nl/regionale-initiatieven/regionale-zorgaanpak-astma-en-copd/

Lees meer