Afscheidscolumn Rutger Haandikman: Met uitgestoken hand

Geplaatst op: oktober 1, 2026

Wie in Engeland een feestje verlaat zonder gedag te zeggen, neemt French leave. In Frankrijk heet datzelfde gedrag filer à l’anglaise: er op z’n Engels tussenuit knijpen. Beide landen schuiven de onbeleefdheid keurig door naar de buren. Ik houd het bij de Nederlandse variant en zeg gewoon gedag. Per 1 oktober begin ik als directeur-bestuurder bij EpilepsieNL en dit is mijn laatste column voor de Long Alliantie.

Afscheidscolumns hebben de neiging over de schrijver te gaan. Deze gaat over de mensen die het werk deden en over waar de Long Alliantie nu staat.

De koers ligt er. Het meerjarenplan is gebouwd op het strategisch kader dat het veld zelf schreef. Het is ambitieus en concreet tegelijk. De kern is de verbeteragenda. Die beschrijft samen met het veld wat goede zorg is langs de hele patiëntreis, van huisartsenpraktijk tot ziekenhuis en weer terug. Kernthema’s geven die leidraad inhoud op de momenten die ertoe doen, van jong zijn met astma tot palliatieve zorg. De Long Alliantie voert daarover structureel het gesprek met zorgverzekeraars, stelselpartijen en beleidsmakers. De ambitie is om samen met partners ook zichtbaar te maken hoe de zorg in de praktijk verloopt, zodat zorgverleners van elkaar kunnen leren. Daarmee ligt er een plan dat verder kijkt dan het lopende jaar.

Ook de eigen rol is scherper benoemd. De kennis voor goede longzorg is er, de richtlijnen bestaan en de bereidheid is groot. Toch verschillen de uitkomsten te veel per regio en vallen patiënten tussen de zorglijnen door. Wat ontbreekt, is samenhang. Daar ligt de plek van de Long Alliantie: de ruggengraat van het longenveld. Een ruggengraat valt zelden op en toch houdt hij het geheel overeind. Die rol past bij een alliantie die alle zorglijnen en alle betrokken partijen aan één tafel brengt.

Dat alles is vooral het werk van het team op het bureau: Melanie, Lidewij, Sabine, Caroline, Naomi en Faysal. Zij gaven de inhoud vorm: de verbeteragenda, de kernthema’s en de bijeenkomsten waar het veld elkaar vond. Ondertussen werd ook de organisatie zelf versterkt, van begroting tot governance, zodat ze klaar is voor wat komt. De Engelsen hebben daar een bescheiden uitdrukking voor: getting on with it. Dit team deed precies dat, met vakmanschap en inhoudelijke scherpte. Wie door de organisatie loopt, komt ook nog overal de sporen tegen van Marion, Helen, Clémence, Els en Alice. Zij zijn inmiddels uitgevlogen; wat ze bouwden, staat er nog. Dank jullie wel, allemaal.

Dan het bestuur, met Hans, Erik, Bart, Job, Károly, Walter en Jean en met Marian Kaljouw als voorzitter, die de tafel met vaste hand en open blik leidde. Het bestuur stelde de vragen die ertoe deden, liet daarna ruimte en schreef zelf mee aan de koers waarin het veld zich nu herkent. De vergaderingen hadden de zeldzame gewoonte om – zonder uitzondering! – op tijd klaar te zijn, met de besluiten genomen. Wat daartussen gebeurde, was minstens zo waardevol: gesprekken op hoog niveau, scherp waar het moest, in een sfeer waarin iedereen er beter van werd. Die tafel ga ik missen. Dank voor dat vertrouwen, ook aan Kors, Susanne en Jiska, die er eerder aan zaten.

En de leden: patiëntenorganisaties, beroepsverenigingen, zorgverleners, kennisinstellingen en bedrijven. Elk heeft een eigen achterban en eigen belangen. Toch schuiven ze steeds weer aan bij dezelfde tafel. Dank voor die betrokkenheid en voor het geduld dat erbij hoorde. Dan zijn er nog de mensen in kerngroepen, werkgroepen, stuurgroepen, de partners, de meedenkers en iedereen die op het juiste moment de telefoon opnam. Ze verdienen allemaal een eigen regel. Een alliantie waarin de lijst met mensen om te bedanken niet op één pagina past, doet iets goed.

Al dat werk wijst uiteindelijk dezelfde kant op: passende zorg. Het idee is eenvoudig en veeleisend tegelijk. Zorg draait om wat iemand nodig heeft om het leven te leiden dat hij wil, en dat bepaal je samen met de patiënt, zo dicht mogelijk bij huis. Voor iemand met COPD of astma kan dat zo gewoon klinken als een huisarts, fysiotherapeut en longarts die hetzelfde verhaal vertellen. Toch reikt het verder dan de spreekkamer. De vergrijzing zet door, het aantal mensen met een chronische aandoening groeit en de handen in de zorg worden schaarser. Passende zorg is daarmee ook de manier om de zorg in ons land bereikbaar te houden voor wie haar nodig heeft, vandaag en over tien jaar. Harder werken is dan zelden het antwoord. Wat helpt, is dat elke inspanning terechtkomt waar ze het meeste oplevert. Iedereen is voor passende zorg, zolang een ander ermee begint. Wie stopt met wat altijd zo ging, levert iets in: een verrichting, een stuk budget, soms een beetje zeggenschap. Dat maakt het ongemakkelijk en juist daarom iets om samen te doen, over de grenzen van de eigen praktijk heen. In de longzorg is het veld daar al mee begonnen.

Er is natuurlijk nog genoeg te doen. Tegelijk staat er nu een moderne organisatie, klaar voor wat komt. De Long Alliantie steekt de hand uit: naar zorgverleners en patiënten, naar verzekeraars en beleidsmakers, naar iedereen die wil bijdragen aan betere longzorg. Verenigd komt het veld tot oplossingen die geen partij in haar eentje vindt. Dat maakt dit netwerk ijzersterk, zolang het onderhoud krijgt. Waardering is gratis; een alliantie is dat niet. Wie haar belangrijk vindt, handelt daar ook naar: met tijd, met geld en af en toe met een stap opzij voor het gezamenlijke belang. Houd haar dus in de gaten, blijf elkaar opzoeken, investeer en zorg er goed voor.

Weemoed reist altijd zonder kaartje mee. Ze komt uit een verhaal dat nog niet uit is en uit de mensen die het verder schrijven. Voortaan zonder mij aan tafel. Ik lees mee, vanaf nu op afstand.

Rutger Haandrikman, september 2026